30th Aug2013

Sharing nu helemaal gewoon

by Irene van Nispen Kress
foto: Irene van Nispen-Kress

foto: Irene van Nispen-Kress

In 2007 schreef ik samen met Marco Raaphorst dit stuk over delen en de invloed van internet.
Hij herinnerde me aan ons gezamelijke stuk door het laatst opnieuw op zijn blog te plaatsen.
Inderdaad heel leuk om weer te lezen, vooral als je je bedenkt dat we dit 6 jaar geleden schreven!
Het werd gepubliceerd door “Livre”.
Livre (2005-2009) was een nieuws- en kennisportal.
Doel van Livre was het ontwikkelen en delen van kennis op het gebied van digitale duurzaamheid.

Sharing economy: Zullen we eerlijk alles delen?!
vrijdag, 6 april 2007 – 17:40

Het Internet heeft ons gehele economische waardensysteem op zijn kop gezet.
Het heeft bijgedragen tot beperking van schaarste.
Informatie is niet meer schaars en de waardering van immateriële dingen is toegenomen.
Exclusiviteit is op het Internet ver te zoeken.
De rol van de consument is sterk veranderd.
Vandaag de dag zien we dat consumenten (of liever: prosumenten), dankzij de beschikking over eigen media en internetdistributie, zelf laten zien wat ze kunnen,
vinden en willen accepteren waarbij oude wetmatigheden, gebaseerd op schaarste en exclusiviteit, niet meer een vanzelfsprekendheid zijn.
Irene Kress en Marco Raaphorst* over een maatschappij die snel aan het veranderen is, en waar delen steeds vaker gelijk staat aan vermenigvuldigen.

Door Irene Kress en Marco Raaphorst

” Eerlijk delen. Het is een morele waarde die we al vroeg van onze ouders leren.
Tot op de dag van vandaag.
Delen, terwijl je het vaak liever voor jezelf had willen houden.
Delen van dingen die je leuk en lekker vindt.
Snoep- en speelgoed bijvoorbeeld.
Maar eten dat je niet graag lust moet je nou juist weer wel alléén opeten.
Delen valt niet altijd mee. Maar waarom hebben we geleerd te delen en waarom was dat in veel gevallen lastig?
Als ik iets deel met jou, dan heb ik zelf minder.
Dat wat ik deel is veel minder of zelfs helemaal niets meer waard.
Ik heb geleerd te delen omdat als ik nooit iets deel, een ander ook niets met mij zal willen delen.
En we hebben elkaar nodig.
Ik zal sneller bereid zijn te delen als ik de waarde voor mijzelf zie.
Of de morele waarde kan omzetten in een commerciële waarde.

Delen en vermenigvuldigen,

Delen is vooral moeilijk als er sprake is van exclusiviteit en van schaarste.
Dan is de macht in handen van degene die hééft.
Als de machthebber deelt, dan doet hij dit niet zonder stevige onderhandeling en de wetenschap dat hij er beter van wordt.
Want delen vermindert ieders aandeel, dus daar dient iets tegenover te staan.
Geld.
Tot voor kort werkte dat zo, maar het Internet heeft dit gehele waardensysteem op zijn kop gezet.
Het Internet heeft ervoor gezorgd dat er op veel gebieden geen schaarste meer is en exclusiviteit is op het Internet ook ver te zoeken.
Als ik iets maak, vervolgens op het Internet zet en jij download dat, dan krijgen we twee gelijkwaardige bestanden.
Delen we het internetbestand met meerderen, dan vermenigvuldigt het bestand zich met het aantal deelnemers.
Op Internet staat delen dus gelijk aan vermenigvuldigen.
Alles wat je ziet of hoort op het Internet, wordt op jouw computer gezet.
Soms is dat tijdelijk (cache), soms voor langere duur.
Sec genomen is er altijd sprake van een kopie.
Je zou kunnen zeggen dat het Internet eigenlijk geen copyright kent, of misschien beter:
dat deze data geen copyright kent.

Zo bekijken de ‘machthebbers’ het niet.
Zij benaderen het Internet met in het achterhoofd de oude wetmatigheden.
Deze wetmatigheden waren voor hen voordelig, dus verlaten zij deze niet graag.
‘De wet van delen leidt tot vermindering en dus tot waardevermindering’.
‘De wet van exclusiviteit en schaarste; als ik het heb, kan niet iedereen evenveel hebben als ik’.
Vroeger was er een beperkt aantal grammofoonplaten, maar de platen die je had kon je grijs draaien en eventueel voor vrienden kopiëren op een tape.
Het beïnvloedde de kwaliteit toen wel, nu dankzij de digitale technieken is ook dat niet meer het geval.
Misschien juist om díe reden is er de afgelopen jaren behoorlijk ingeleverd in de mogelijkheden om met elkaar dingen te kunnen delen.
Bijvoorbeeld door de komst van Digital Rights Management. [1]
Zo worden door DRM, dat Apple en Microsoft aan haar muziekbestanden toevoegt, de rechten van de consument behoorlijk beperkt.

Walt Disney

Hergebruik is ook zoiets.
Vroeger heette dat jatten.
Het auteursrecht zat altijd al zo in elkaar dat je een idee ‘als bron van inspiratie’ mocht gebruiken.
Verander het idee van een ander een tikje
en de ander heeft bij de rechter geen poot meer om op te staan.
Kijk vandaag de dag naar de televisie en het moet jou toch ook opvallen dat een groot aantal programma’s verdacht veel op elkaar lijkt?
Maar kopieergedrag of niet, er wordt vervolgens wel een exclusief ‘copyright’-stickertje opgeplakt.
Het voordeel van werkelijk hergebruik, bijvoorbeeld door middel van een Creative Commons-licentie, is dat de maker van de eerste (oorspronkelijke) versie genoemd blijft.
Zelfs als een andere partij er een groter succes van maakt.
Die oorspronkelijke partij kan, mits voldaan aan een aantal voorwaarden, zelfs meedelen in de winst van de ‘legale naäpers’.
Wordt gebruikgemaakt van het stempel ‘alle rechten voorbehouden’, dan heeft de oorspronkelijke partij geen poot om op te staan.
Laat staan dat hij meedeelt in de winst.
Walt Disney [2], de bewerker van vele sprookjes, was zo iemand die graag hergebruikte.
Een animator was hij niet, maar hij had wel smaak, humor, inzicht én goede ideeën.
Hij gebruikte de creativiteit en ambachtelijkheid van anderen en zijn bedrijf werd daardoor een machtig productie- en distributiekanaal.
Dat is de reden waarom het voor de machthebber interessant blijft om alles bij het oude te houden.
Maar wat als de macht verschuift? Als de waarden verschuiven?
Interactie vergroot tegenwoordig in veel gevallen de waarde.
Het individu investeert en de waarde van het product neemt toe.
Vroeger was dit ongekend; elk product verminderde of verdween door gebruik, consumptie en verkoop.

Voor Walt Disney geldt dat hij open bronnen (lees: het Publiek domein [3])
heeft gebruikt voor producties die vervolgens een ‘alle rechten voorbehouden’-copyright meekregen.
Daarmee werd iets wat bezit was van het Publiek domein, in één klap exclusief.
Met de komst van open source en open content licenties, bijvoorbeeld die van Creative Commons, kan dit worden voorkomen.
Door een attribuut als ‘gelijk delen’/’share alike’ toe te passen,
verplicht je de maker van de herbewerking het nieuwe werk onder dezelfde licentie uit te brengen.
Daarmee wordt voorkomen dat de cyclus van het herbewerken stopt
en blijft de mogelijkheid bestaan om geld te verdienen aan die herbewerkingen.
Het grote verschil is dat de werken die onder een Creative Commons-licentie vallen,
opnieuw herbewerkt kunnen worden en dat álle voorafgaande werken waarop deze herbewerking gebaseerd zijn,
genoemd moeten blijven.
Zodoende schept een creatief product weer andere creatieve producten en door toegevoegde waarde te bieden,
kan er geld mee worden verdiend.
Een auto op basis van een open source ontwerp [4]?
De vraag is er al, en de auto zal toch gemaakt moeten worden.
Daar zal voor betaald moeten worden. Wikipedia uitbrengen in boekvorm?
Waarschijnlijk zijn er genoeg mensen die ervoor willen betalen, dus waarom niet?
Geld verdienen? Zie er andere waarden in.

Prosument

Netwerken bijvoorbeeld.
Die hebben tegenwoordig veel waarde.
Interessant voor adverteerders die afnemers van hun producten en diensten zoeken.
Netwerken stellen adverteerders in staat om gericht producten en diensten aan te bieden.
Want de doelgroep heeft behoeften die zij graag vervuld zien.
Het verschil met vroeger is dat deze doelgroep nu ook macht heeft.
Ze kunnen, dankzij het kunnen beschikken over eigen media en internetdistributie,
zelf distribueren en laten zien wat ze kunnen, vinden en willen accepteren.
De consument is prosument geworden, een samentrekking van de woorden producent en consument.
Het woord prosument werd voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler in het boek The Third Wave uit 1980.
Vandaag de dag zien we dat de macht verschuift en ook bedrijven beginnen in te zien
dat er veel kennis en expertise is onder de gebruikers van hun producten.
Kennis over wát er beter kan en hóe het beter kan.
Daarbij kan samenwerking van verschillende specialismen verrassende nieuwe producten opleveren.
Mensen inspireren elkaar en kunnen voortborduren op wat de ander heeft gedaan.
Dat heet leren, opvoeden én ontwikkeling.”

[1] Digital Rights Management for dummies
[2] Levensloop Walt Disney
[3] Wat is Publiek domein?
[4] OScar-project

* Irene Kress, gespecialiseerd in crossmedia en audiovisuele producties, en Marco Raaphost, componist, sounddesigner en expert op het gebied van Creative Commons-licenties, zijn initiatiefnemers van Cirocco.

23rd Mei2013

What Design Can Do 2013

by Irene van Nispen Kress

VK design

Vorige week was ik op een geweldig design congres in de Stadsschouwburg in Amsterdam : “What Design can Do”
Er waren gasten van over de hele wereld; van food designers, interaction designers, graphic designers,
fashion designers, system designers, architects, publishers en wat meteen al duidelijk werd:
Design gaat niet meer over het mooi maken van dingen. Design gaat over het beter maken van dingen.

De veranderde functie van design

David Kester de eerste spreker op de eerste dag begon er zo ongeveer mee:
“Design is the link between creativity and innovation”.

Voorheen werd design vooral gezien als een toegepaste kunstvorm die de vorm en het uiterlijk van dingen beïnvloedde op een vrije manier. Om de dingen mooier of interessanter te maken volgens de norm van de designer en/of de opdrachtgever.
Om ze samenhang te laten hebben met hun omgeving of ze anders te plaatsen in de tijd.

Nu begint men zich te realiseren dat design inderdaad de vorm en het uiterlijk en de uitstraling bepaalt, maar dat dit vergaande consequenties heeft voor het gebruik en het gedrag van mensen.
Kleuren en vormen hebben niet alleen invloed op de esthetiek, ze hebben ook invloed op de ergonomie, op de psychology en zo op iemands hele gedrag.
Alles is vormgegeven, elke wc-bril, elk theekopje, elke zakdoek, elk huis, elk boek, elke pen, elke computer, elke lantaarnpaal, elk tuinhekje, elke rollator…

Vroeger werd er vooral op de aantrekkelijkheid van het ontwerp gelet en de daarmee samenhangende verkoop. Vinden mensen het mooi? Zet het aan tot kopen? Of verkoopt het zelf goed?
Maar nu is er een tendens om problemen op te gaan lossen door middel van design. Juist omdat men begint in te zien dat de invloed ernorm kan zijn. En dan niet de invloed op de verkoop, maar de invloed op gedrag.

De invloed van design op gedrag

Juist omdat hoe iets eruit ziet, welke kleur het heeft en welke vorm iets heeft, ons gedrag bepaalt en hoe we ons ermee, ernaast en erin voelen, is design ook in te zetten om dit gedrag te veranderen.
Dit kan zijn uitwerking hebben in een zeer praktische zin : een douchestoel met wieltjes die gebruikt wordt in een ziekenhuis zó ontwerpen dat het niet meer bestaat uit zeg 30 onderdelen die allen zorgvuldig schoongehouden dienen te worden, maar uit nog maar 10.
Zodat de schoonmaaktijd tot nog maar een kwart van de tijd gereduceerd kan worden en zo ook de daarmee gemoeide kosten.

Rahul Mehrotra uit India is architect en een geweldig voorbeeld van een designer die mogelijkheden ziet en schept om gedrag te veranderen tussen mensen.
Hij begeeft zich op een interessant terrein door zich af te vragen hoe design kan bijdragen aan het oplossen van problemen die te maken hebben met de kapitalistische maatschappij aan de ene kant en sociale vraagstukken over de samenleving aan de andere kant.

gebouw RMA architects

Een heel mooi en grappig voorbeeld is het kantoorgebouw met een verticale ‘facade’ tuin eromheen tot en met de bovenste verdieping. Het heeft een heel ingenieus hydratatie- en verkoelend spray systeem, biedt mooie planten en verkoeling in de Indiase hitte en brengt de verschillende ‘kasten’ met elkaar in aanraking door de managers in het kantoorgebouw naast de tuinen te laten zitten waar de tuiniers werken in hun eigen gallerij. Men ziet elkaar werken en kan met elkaar in contact komen in plaats van te leven in die enorm gescheiden werelden tussen lagen van de bevolking zoals meestal het geval is. De managers schijnen dat ook te doen door bijvoorbeeld de tuiniers om te kopen om hun werk bij hun bureau in de buurt wat anders te doen zodat ze een beter uitzicht hebben….

Social change design

Mike Kruzeniski nu werkzaam bij Twitter ziet ook een sociale taak voor designers.
“A designer looks at the world and constantly thinks:’ Why is it like this en not like that’.
So you are contstantly designing.Think make think make think make.”

Aan het eind van het congres stond ik nog even na te praten met Joel Lewis van Hellicar&Lewis en onze slotconcusie van het hele congres was eigenlijk: iedereen roept eigenlijk hetzelfde en alle getoonde projecten leiden tot hetzelfde: we moeten meer samen doen.
Samen werken, samen tot stand brengen, samen doen, samen beleven. SHARE. Maar dan niet in de zin van alles in stukken snijden en ieder krijgt zijn deel, maar meer samen in contact zijn en door dat contact dingen delen.
Voelen, ruiken, horen, ervaren, ondergaan.
Misschien zou dat, zoals Anthony Dunne hoopt, onze waarden kunnen veranderen.