Een systeem van gunnen en delen in organisatie 3.0?
vrijdag, 18 november 2011
Een goede vriendin mailde mij dit stuk toe, van organisatiepsycholoog Guido van der Wiel. Een verhaaltje over spelen met zijn kinderen dat leidt tot overdenkingen over hoe we eigenlijk met elkaar omgaan in deze samenleving. Waarom kunnen we elkaar niet helpen te slagen in plaats van elkaar voortdurend in de weg te staan?
Is het werkelijk zo dat het nog steeds een óf ik heb succes óf jij hebt het situatie is? Ik kan me voorstellen dat dit ooit is ontstaan in tijden van schaarste en gelijke behoeften, maar daar zou tegenwoordig toch wel iets anders op te verzinnen moeten zijn. We leven niet meer in een cowboywereld. Althans, dat is echt niet meer nodig. Volgens mij zou je best een eind kunnen komen als we ons richten op wezenlijke behoeften en mogelijkheden. Waarom eigenlijk niet?
Dat kinderen een grote leermeester kunnen zijn, bewees mijn zoon van 4 jaar. Hij toonde mij de kracht van vertrouwen, openheid, transparantie, gunnen en delen: alle voorwaarden voor organisatie 3.0 en open innovatie-denken.
Een familieanekdote van een zondagmiddag een paar weken terug. We speelden met ons gezin een nieuw soort kwartetspel. Aan het eind van ieders beurt was het de bedoeling om die kaart op de stapel te gooien, waar het volgende familielid dat aan de beurt was voor zeker niets mee aan kon. De eerste keer dat we het speelden, speelden we het spelletje met de kaarten open op tafel. Mijn vrouw en ik gniffelden al zodra we met de klok mee de volgende persoon in ons gezin een hak konden zetten. Mijn dochter van 6 gniffelde mee. Ook zij zag hoe het werkte en verstond binnen de kortste keren de kunst om de ander de loef af te steken.
Toen was mijn zoon van vier aan de beurt. Hij keek nauwgezet welke kaart een ieder van ons miste om tot een kwartet te komen en keek of hij die kaart voor zich had liggen. Zonder schroom, zonder bezitsdrang, zonder competitiedrift deelde hij de kaarten uit. ‘Kijk papa, die heb jij toch nodig?’ ‘Alsjeblieft, mama, voor jou!’ ‘Wil jij deze twee, Sterre?’ Ik greep in. Het was overduidelijk dat hij het spel niet begreep, ik zou het hem uitleggen. En… het lukte me niet. Het lukte me niet om hem uit te leggen dat het de bedoeling was om de ander tegen te werken. Ik kon hem met geen fatsoen leren een ander een hak te zetten. Ik weigerde de onschuld uit zijn ogen te wassen.
Ineens zag ik dat niet ik aan hem iets bij aan het brengen was over spelen, over leren, over leven, maar dat hij mij een wijze les voorschotelde. Over samenwerken, over delen, over de nieuwe wereld, open innovatie. Laat maar in je kaarten kijken, papa, spraken zijn ogen. Wie weet kan ik je helpen. Als ik weet wat jou bezig houdt, lieve zus, kan ik jou tot grotere hoogte stuwen. Mama, ik zal je aanvullen op die gebieden die jij belangrijk vindt.
Ineens zag ik hoe wij onszelf van generatie op generatie aan het programmeren zijn geweest. Van ganzenbord tot Angry Birds. Via traditionele en moderne spelen indoctrineren we onszelf een levenlang met tactieken hoe we zo gewiekst mogelijk door het leven kunnen gaan en hoe we zo als eerste, beste, hoogste kunnen eindigen. Of het nu gaat om Monopoly, om Risk, om Stratego, om Wordfeud, om Pesten, om Hartenjagen, om Schaken, om Dammen. We worden geprogrammeerd om – via het spel – zelf te winnen, zelf te vergaren, zelf te vermeerderen ten koste van anderen, zelf winsten te boeken, anderen te pesten, of – nog erger – anderen eerst te gebruiken om ze daarna alsnog op het laatst uit te schakelen en links te laten liggen. Om The Eagles te citeren: We are programmed to receive.
Ik probeerde mijn gedachtes te sussen. Nou, Guido: Het Is Maar Een Spelletje… Maar de gedachte bleef knagen. Niets is serieuzer dan het spel. In het spel leven we de waarden voor die we belangrijk gaan vinden. We oefenen met gedrag dat nog net geen directe consequenties heeft voor het echte leven, om het daarna – eenmaal echt – in de boze buitenwereld succesvol (sic) toe te kunnen passen. We leren onszelf in feite wat ons concept van succes behelst. Was dat: het vergaren van geld en het vergroten van de eigen winst?
Hoe anders kan het zijn. Zal het zijn. Waarom zouden we onszelf – en onze kinderen – überhaupt leren om ervan te genieten de ander een hak te zetten? Waarom heeft mijn zoon eigenlijk niet gelijk? Is het niet veel gaver om te leren delen, om puzzelstukjes bij elkaar te brengen, om niet uit te gaan van één winnaar, maar uit te gaan van geen verliezers? Gaat daar de nieuwe vorm van organiseren, de nieuwe vorm van leren, van samenwerken niet over? Over delen, over vertrouwen? Teamwork is: niet jezelf voorop zetten, maar de ander helpen: die ander bepaalt mede jouw succes. De beste managementgames, de meest geslaagde organisatietrajecten zijn die waarbij delen tot vermenigvuldigen leidt. Open innovatie en HR-trajecten vol bedrijfsbezoeken bij collegabedrijven: transparantie ten top.
Zo leerde mijn zoon mij opnieuw hoe waardevol het is om juist in je kaarten te laten kijken en hoe duurzaam het is om geen kaarten achter te houden. Ik had me vastgeklampt aan de knikkers en het spel, maar mijn zoon veranderde ter plekke de regels van het spel zelf. Ik moet het toegeven. Mijn zoon heeft gewonnen.
Guido van de Wiel is organisatiepsycholoog
Quote of the day
vrijdag, 18 maart 2011
To the world you
may be just one
person, but to one
person you may
be the world.
Josephine Billings
ADHD TV
woensdag, 2 juni 2010
” De toekomst van HDTV is ADHD TV “
Peter Kentie, op Marcom10
Het leek gezien hoe hij het bracht niet bedoeld als grap, maar ik moest lachen.
Hij doelde op Social TV, televisie kijken met gebruik van Social media er naast, zoals Twitter.
Brainstorm over aandacht
woensdag, 10 februari 2010
Met Valentijnsdag op komst liggen de boekhandels vol met allerlei boeken en boekjes rondom het thema liefde. Ik bladerde door allerlei boekjes en kwam langs een uitspraak van een Tibetaanse monnik dat liefde aandacht is.
Hmm, dacht ik. Is dat zo? Vooral met het aandachtstekort van tegenwoordig in mijn hoofd. We leven in een maatschappij waarin aandacht schaars is.
Dit uit zich ook in de marketing; je krijgt niet zo makkelijk meer aandacht voor je product. Onderscheid is van groot belang. In de boodschap zowel als in het product. Alles komt in overvloed over ons heen. Van alle kanten roepen alle media om aandacht. Op straat, in het openbaar vervoer, in winkels.
Op het werk natuurlijk, maar thuis en op het internet roept er ook meer om aandacht dan je vaak op kunt brengen. Al is er nog zo veel interessant en leuk. Aandacht moet worden verdeeld. Je moet keuzes maken. En de juiste keuzes, want als aandacht liefde is en je geen aandacht geeft aan dingen en mensen die je eigenlijk wel lief hebt, dan raakt er op den duur van alles gefrustreerd. Waaronder jij zelf hoogst waarschijnlijk.
Attention whores

Toch wel interessant als je verder denkt rondom ‘liefde is aandacht’. Overal heb je wat men tegenwoordig ook wel ‘attention whores’ noemt.
Mensen die alles doen voor een beetje aandacht. Komen deze mensen liefde tekort? Verwarren ze onbewust een moment van aandacht van een vreemde met liefde? Eigenlijk zou aandacht als het gaat om de attentie van een (kort) moment geen aandacht moeten heten, maar zou er een ander woord voor moeten bestaan. Zodat je het woord aandacht alleen zou gebruiken als de aandacht aandachtig is.
Aandachtige aandacht
Aandachtig. Ik hoor het woord zelden nog. Wie is er nog aandachtig bezig met dingen? Die aandacht vraagt rust. Dat ontbreekt vaak. De tijd nemen om iets aandacht te geven. Of iemand. Vergeet aan jezelf niet.
Stel dat aandachtige aandacht liefde is. Zou er dan meer liefde zijn als mensen meer rust nemen?
Niet alleen voor elkaar, maar ook voor objecten en dingen. Voor handelingen en activiteiten.
Je zou dus de tijd moeten nemen om ergens werkelijk aandacht voor te hebben als je wilt dat er met meer liefde geleefd wordt?
Met aandacht iets doen, dan denk ik ook aan ambachten. De mensen die urenlang bezig zijn een mooi dingetje te maken. Handwerk wordt niet voor niets weer meer gewaardeerd tegenwoordig. Slow food koken, ook zo iets. Het is echt lekkerder en je wordt er zelf rustig van.
Aandacht maakt inderdaad vriendelijk. Als men mij met aandacht benadert in een winkel, bij een instantie of aan de telefoon, dan reageer ik vriendelijk. Als ik vriendelijk reageer voel ik mij zelf ook beter. Als ik aandacht krijg in het verkeer, voel ik mij gezien. Als iemand mij bijna van de sokken rijdt begin ik meteen te schelden. Aandacht krijgen is dus ook je gezien voelen.
Al krijg je nou nog zoveel cadeaus, het is toch de aandacht die iemand aan je geeft die maakt dat je je meer dan geliefd voelt. Dat iemand echt van je houdt.
Dat kan je vergeten. Mensen denken vaak dat ze liefde kunnen afkopen. Door bijvoorbeeld hun kinderen veel cadeaus te geven als ze geen tijd voor ze hebben. Maar kinderen voelen daar haarfijn doorheen. Alleen meestal niet meteen bewust.
Ik geloof het wel ja, dat liefde aandacht is.
Al blijf ik toch het gevoel houden dat het meer is dan dat.
Aandacht is het medium van liefde. Dat komt misschien meer in de buurt?
Quote of the day
dinsdag, 19 januari 2010
To like what you get is not the same as to get what you like
Quote of the day
donderdag, 17 december 2009
We don’t see things as they are.
We see things as we are.
Anaïs Nin
Quote of the day
dinsdag, 1 december 2009
“Veroudering kun je niet tegenhouden, vernieuwing wel.”
Hans van Mierlo Nederlands politicus, medeoprichter D66
Quote of the day
dinsdag, 25 augustus 2009
“Research is the process of going up alleys to see if they are blind.”
Marston Bates
Quote of the day
donderdag, 2 juli 2009
“Dignity is more important to the human spirit than wealth”
Jaqueline Novogratz
Quote of the day
donderdag, 4 juni 2009
Als je snel wilt gaan, ga alleen.
Als je vooruit wilt gaan, ga dan samen
Afrikaans spreekwoord
