home



Irriteer je rot en wordt een beter mens

dinsdag, 4 november 2008


De weg naar het worden van een flexibel en liefdevol persoon gaat niet over rozen.
Om je zwakke kanten te kennen en te leren wat je nou werkelijk op de kast krijgt heb je iemand om je heen nodig die je irriteert of je op een andere manier je uit je ‘comfortzone’ haalt.
Op deze manier kan je meer bewust worden van je eigen reacties en er beter mee om gaan, zodat je een stuk relaxter in het leven komt te staan.
In deze video vertelt de boeddhiste Phema Chodron hoe dat nou zit.
Deze video kan niet ‘embed’ worden. Dit is vast een beginnetje om je te irriteren denk ik….. ; )



Paola Antonelli: Over design en het hebben van een elastische geest

dinsdag, 21 oktober 2008

Kunstenaars en ontwerpers zetten tijdens hun creatieve denkproces benaderingswijzen in die het dagelijks leven vanuit een andere hoek benaderen dan meestal voor de hand liggend is. Voor hen is het normaal om steeds andere paden te bewandelen tijdens het oplossen van vraagstukken en ons op die manier een wereld te tonen die onze dagelijkse manier van kijken verruimen kan.
Dit voor kunstenaars vanzelfsprekende en zich vaak onbewust afspelende denkproces is herleid tot ‘tools’ en wordt tegenwoordig ingezet als alternatief om vraagstukken op te lossen en oude benaderingen te innoveren in het bedrijfsleven. Aannames moeten worden losgelaten: Als je de vraag stelt: “wat maakt een stoel een stoel?”, dan kan je zeggen dat je op een stoel zitten kunt. Is een stoel met een zitting vol puntige spijkers dan geen stoel? Of een stoel waar iedereen meteen doorheen zou zakken, omdat deze van dun papier is?

Vaak vergeten we dat al onze gebruiksvoorwerpen ook ooit ontworpen zijn. Als we denken aan ontwerpen en design dan denken we vaak eerder aan beeldende kunst of aan kleding, meubels of andere exclusieve vormen, dan aan simpele gebruiksvoorwerpen en dingen om ons heen als stoplichten en lantarenpalen. Maar zo ongeveer alles dat de mens produceert heeft hij zelf ontworpen. Ok, we hebben het dan niet over baby’s, alhoewel Paola Antonelli in deze video onder anderen vertelt over een concept dat spermatozoïden vormgeeft.

Als je geïnteresseerd bent in creatief denken in het algemeen en/of behoefte hebt aan een dergelijke sessie in jouw bedrijf, laat dit even weten.
Ik ga binnenkort in eigen beheer dit soort sessies begeleiden.



Over vrouwen van tegenwoordig

donderdag, 25 september 2008

logo-copy.pngDe laatste tijd is er steeds meer te doen over, “voor en door vrouwen”. Zo was ik vanmorgen uitgenodigd door Simone Brummelhuis, mede eigenaresse van Iens en de European museum Guide, voor de ontbijtbijeenkomst van The Next Women op Picnic 08. Na het ontbijt volgde de Brainstormcamp. Marianne van Leeuwen, founder van Sisteract, een bureau dat zich richt op marketing voor vrouwen vertelde daar een aantal verfrissende zaken. Vrouwen zijn meer beslissend voor de economie dan men zich vaak bedenkt; mannen doen meestal wel de duurste aankopen, maar het zijn de vrouwen die de keuze bepalen. Veel vrouwen voelen zich niet begrepen door de traditionele marketing manieren. Zij zijn vaak kritischer dan mannen, hebben behoefte aan meer dan alleen één statement over een product en hebben een veel complexer proces van beslissen. Er is een behoefte aan begrip voor de complexiteit van het leven van een vrouw tegenwoordig en de vrouw vooral benaderen door haar te zien als moeder en iemand die geïnteresseerd is in beauty en shoppen, is te beperkt en te oppervlakkig.
En niet de hele tijd allerlei supervrouwen als voorbeeld stellen, daar hebben vrouwen ook genoeg van.

Grappig is dat. Voor mij is dat altijd zo geweest. Ik voelde me dan gewoon niet aangesproken of dacht dat ik dan zeker anders was.
Ik was nooit zo geboeid door veel specifieke vrouwenzaken. Of op een heel andere manier dan mij in de media werd voorgesteld.
Ik vind het toch interessanter worden nu, die doelgroep vrouwen. Want het is nou eenmaal een onomstotelijk feit dat mannen en vrouwen heel anders in elkaar zitten en hun hersenen anders werken. Erg interessant. Ik ga hier meer mee doen.

Een grappige uitleg over de werking van mannen en vrouwenhersenen.



Is verveling functioneel?

woensdag, 20 augustus 2008

flauwvallen-van-verveling.jpgAls kind heb ik me vaak rot verveeld. Op bezoek bij oom en tantes waar je niet kon of mocht spelen telde ik om me bezig te houden: de franje aan die vreselijke bank, de strepen op de gordijnen. Ik bestudeerde de vormen om me heen en luisterde naar de klanken van al het volwassen gepraat en keek naar de gezichten die ze erbij trokken.
Van de (in mijn beleving) lange gesprekken die mijn moeder voerde met de buurvrouw, herinner ik me dat ik keek naar haar oorbellen en de overeenkomst zag van de oorbellen met pepermuntjes. Ik keek lang naar schoenen en tenen en was gefascineerd door steeds anders vallende plooien in broeken en hoe die versprongen onder lopende billen (dat was mijn ooghoogte).
Vréselijk vond ik het me zo te vervelen.
Maar op een dag kon ik het: ik kon me vermaken met wat er wél was en verveelde me nooit meer. Ik kon me laten amuseren of inspireren door vanalles in mijn omgeving.

Wie verveelt zich nog wel eens tegenwoordig? Welk kind kent het nog?
Impulsen van alle kanten, steeds nieuwe leuke spelletjes die je altijd en overal kunt spelen.
Instant satisfaction. Missen we iets? Had dat vervelen écht een functie?

De functie van verveling,

Wat is verveling eigenlijk?
Volgens Wikipedia:
“Verveling is een onaangenaam gevoel van lusteloosheid, van desinteresse, van hangerigheid, grenzend aan ergernis. Verveling treedt op als alle dingen die leuk en interessant zijn om te doen niet kunnen of niet mogen, en men toch geen zin heeft om niets te doen. Verveling kan het gevolg zijn van een gebrek aan prikkels, of van prikkels die als saai, eentonig of repetitief ervaren worden.”

Veel grote schrijvers hebben uitspraken gedaan over dit thema: Volgens Goethe was verveling de moeder der muzen. Schopenhauer beschreef het leven als een pendel tussen verlangen en verveling.

Jeugdschrijfster en kinderconsul Gerda Dendooven zei over verveling:
‘Ons leven is tot in de puntjes geregeld. Nog een geluk dat we geld hebben om een feelgood-gevoel te kopen. We doen dat zo bezeten dat we geen tijd meer hebben om te niksen. We geven onze kinderen niet meer de kans om op eigen kracht een saai weekend door te komen. Als je er dankzij wat verveling achterkomt wat je zelf wil, dan is verveling helemaal geen verspilde tijd. Juist integendeel! ‘

De Rotterdamse filosoof Awee Prins promoveerde zelfs op ‘verveling’, met het boek ‘ Uit verveling’.
In Trouw:

“..Maar waarom vervelen we ons? De verveling – het woord zegt het al – is toch vervelend? Opvallend aan de verveling is volgens Prins dat de verveling alleen mensen treft met wie het goed gaat. Mensen die treuren uit verdriet, vervelen zich namelijk niet. Wie door iemand achterna wordt gezeten door een mes verveeld zich ook niet. Prins: „Rousseau noemde de verveling een ’elitaire ziekte’, Dostojewski zag de verveling als een ’uitvinding van de aristocratie’ en Schopenhauer schreef dat ‘de verveling de gesel van de rijken is’. Je zou kunnen zeggen dat wie welvaart vermeerdert, vermeerdert verveling. De verveelde mens lijdt niet ondanks het geluk, maar dankzij het geluk.”

“Hoe kan dat? De huidige westerse mens leeft volgens Prins in een klein koninkrijkje. Hij heeft alles tot zijn beschikking, maar wordt door niets meer geraakt. „We zijn voortdurend op zoek naar het interessante en denken dat de verveling dan wel verdwijnt. Maar er heerst geen inter-esse, dat wil zeggen: we zijn niet meer werkelijk te midden van de zijnden. Dat heeft er mee te maken dat we ons niet meer kunnen concentreren en geen geduld meer kunnen opbrengen voor de dingen.”

In een artikel in Intermediair staat dat de Rotterdamse Erasmus Universiteit in een onderzoek naar geluk, er achter kwam dat mensen vooral gelukkig worden van dingen doen.
Mensen die zich vervelen raken vaker aan de drugs of geraken in de criminaliteit.
Wellicht extreme gevallen en is het doormaken van verveling niet zonder gevaren… ; )

Verveling, creativiteit en goede ideeën

Een Vlaamse creativiteitstrainer, Marcus Geers, leert mensen om buiten de gevestigde patronen te denken. Heeft nietsdoen volgens hem een functie?

Geers: ‘Als je een probleem wilt oplossen of een idee wilt ontwikkelen, begin je met je te focussen op je onderwerp: je inventariseert wat anderen al voor oplossingen hebben bedacht en probeert zelf een oplossing te vinden. Als dat niet lukt, voel je frustratie. En dat is de eerste fase van het echte creatieve proces. Je hebt het gevoel: ik kom er niet uit. Het beste is dan om niet door te duwen, maar afstand te nemen; het moment van ontfocussing. Je doet een tijdje niets of je gaat iets heel anders doen: mediteren of zo. Wat er dan gebeurt, is dat het onderbewuste met het idee doorgaat en dat er op een onverwacht moment ineens dat nieuwe inzicht is: de illuminatie. Niet in de vorm van een kant-en-klaar idee, maar in de vorm van een zienswijze: als ik het nu eens van die kant benader…’

Ontfocussing-fase
Zijn ideeën worden ondersteund door onderzoek van Ap Dijksterhuis aan de Universiteit van Amsterdam naar de rol van het onbewuste bij het nemen van beslissingen. De capaciteit van het bewuste is veel kleiner dan die van het onderbewuste; bij het verwerken van grote hoeveelheden informatie kun je je dus beter op het onderbewuste verlaten, is het idee.

Volgens Prins kan je verveling het beste bestrijden door hem gewoon door te maken en er een andere houding tegeover aan te nemen dan het slechts te willen verjagen.
“We moeten geduld opbrengen voor de dingen. Wanneer we vertraagd van de ene naar de ander plek gaan, kunnen we nog verrast worden door de dingen die we zien.

De Deense filosoof Kierkegaard schijnt eens te hebben opgemerkt dat de deur van het geluk naar binnen open gaat. Niet duwen dus, maar trekken…



Beïnvloeding door onbewuste waarneming

vrijdag, 18 juli 2008

In het volgende filmpje zie je hoe een aantal ontwerpers van een reclamebureau een ontwerp maken voor een reclameboodschap, waarvan, voor hen onbewust, de uitkomst van hun ontwerp al van te voren werd beïnvloed door de opdrachtgever.
Zelf denken ze geheel onafhankelijk tot dit resultaat gekomen te zijn…
Hun resultaat blijkt een weerslag van dingen die ze diezelfde dag waren tegengekomen.



Sla,diner bij Dracula

donderdag, 26 juni 2008


Sla,diner bij Dracula from Irene Kress on Vimeo.

De korte film gemaakt in samenwerking met de Stichting Droomwevers is af!
Bekijk ‘m hieronder of op de site van Vimeo waar hij wat groter te zien is.
In april hebben we de opnamen gemaakt en beschreef ik hier de “Making of” met een paar setfoto’s.

Sla met Dracula

De tekst van het liedje is deze absurde limerick:

“Sla gemengd met tandpasta
wordt geserveerd door Dracula.
Spruitjes, Sinaasappelschil en Salie,
Sperziebonen, Snuif en Suiker uit Bali
worden opgediend kort daarna….”

De film is gemonteerd op de muziek die hoort bij de letter S van het plantenboek. Dit is onderdeel van een lesmethode die deze stichting heeft ontwikkeld, waarin diverse media zijn samengevoegd. Het geheel vormt een educatief product voor basisscholen, muziekscholen en taalinstituten.

De letters van het alfabet worden in schrift, beeld, muziek uitgedrukt. Een korte limerick beheerst alle teksten.In feite een moderne versie van Aap-Noot-Mies, maar dan met meerdere hulpmiddelen: muziek, rijmpjes en illustraties. De illustraties beelden dromen uit in dieren en karakters. Voor iedere letter van het alfabet is een kunstenaar, zanger of zangeres aangesteld. Van dezelfde opzet is het project “Dromen over planten”.
Hiervoor ben ik gevraagd, als één van de 26 kunstenaars om een film te maken bij het liedje behorend bij de letter S van ‘Sla’. Hiervan zal een DVD verschijnen. En op het internet, natuurlijk onder een Creative Commons licentie.

De crew: Art/decor: Barbara Kusmirak, Saskia de Wildt, Camera: Boukje Jansen van Galen,
Licht: Aart Kramer, Lichtassistentie: Thomas Jeninga, Kostuum/Make up: Christel van Calsteren en ikzelf: Regie/Productie: Irene Kress
De cast: Maria Michailidou (Dracula), Laurens van Mulukom (manlijke gast), Saskia Troccoli (vrouwelijke gast)
Lichtapparatuur: Fresnelli Licht: Pablo Strörmann,
Muziek:Zanger: Gilad Nezer, Pianobegeleiding: Maarten Hillenius, Contrabas: Cord Heineking, Speciale effecten: Peter Sep, Tekst en muziek: Henry Muldrow Pianobewerking: Gijs Raeven, Geluidsopname: Valentijn Steenhuis, Nick Koliousis en Hans Latour
Mijn bijzondere dank is aan: Xolo TV, Carla Hoekendijk en Guido van Nispen



Traditie als uitgangspunt bij vernieuwing

maandag, 23 juni 2008

afbeelding-3.png afbeelding-1.png afbeelding-5.png
Snelle veranderingen en vernieuwingen zijn aan de orde van de dag. Door alle nieuwe technisch mogelijkheden gaat alles zo snel dat het velen begint te duizelen. Vele vernieuwers zijn zo ambitieus in hun innovatiedrang dat ze al het oude neigen weg te gooien ten behoeve van de vernieuwing. Hier komen dan weer sterke reacties op van mensen die alle vernieuwende veranderingen snel zien als een volledige breuk met oude waarden en zorgvuldig opgebouwde kwaliteit. De graag voor advocaat van de duivel spelende Andrew Keen bijvoorbeeld.

Kwaliteit en innovatie

Toch zou je kunnen zeggen dat de maatschappij, de nieuwe technische mogelijkheden en de daardoor ontstane behoeften een geheel nieuwe aanpak vereisen waarin dus totaal nieuwe diensten en producten inderdaad passen.
Het is alleen wel zo dat de mens zelf niet zo hard mee verandert en een ernstige behoefte heeft aan controle en veiligheid.
Zou het niet geweldig zijn als we naast het ontwikkelen van totaal nieuwe diensten en producten, onze oude geleerde lessen over kwaliteit en wat waardevol is gebruiken als basis voor nieuwe vormen, diensten en producten?
Het past in de hang naar kwaliteit en authenticiteit om bijvoorbeeld oude ambachten nieuw leven in te blazen. Door het vakmanschap weer te waarderen, als tegenhanger van massaproductie en grote oplagen. Dit past ook in de behoefte van mensen zich vooral in details te onderscheiden van elkaar.
Want de behoefte om bij elkaar te horen en voor elkaar herkenbaar, vertrouwd (en dus veilig) te zijn zal altijd wel blijven bestaan.
Veiligheid, herkenbaarheid vraagt om een rustige verandering en opbouw van zaken. Maar hoe combineer je dat met grote vernieuwingen?

Vernieuwing vanuit traditie

Het mooie van vernieuwing vanuit traditie is dat je kunt voortbouwen op herkenbaarheid en dan een (kleine) vernieuwing toe kunt voegen. Dit zou zelfs kunnen bestaan uit het mengen van meerdere oude en nieuwe tradities en zelfs die van een andere cultuur. Een soort ‘best of diverse worlds’ toepassen. Een leuk voorbeeld hiervan is de Smushi van het Royal Café in Kopenhagen. Het is een combinatie van een traditioneel Deens traditioneel gerecht, Smorrebrod. Eigenlijk was dit 300 jaar oude gerecht vooral voedsel voor de armen. Het bestond uit een stuk brood dat werd aangevuld met van alles wat men zich die dag kon veroorloven.
Nu heet het Smushi ” the idea of Sushi and the taste of a danish style sandwich “.

Nieuwe kansen

Meteen zijn er door het aanspreken van meerdere culturen tegelijk nieuwe kansen ontstaan: het is een exportproduct. het restaurant gaat verschillende vestigingen openen in het verre oosten en exporteert en bestendigt zowel de eigen cultuur als wel die van de omgeving van de nieuwe vestiging. Bovendien biedt het vernieuwing!



Happy Chaos en de mens 2.0

maandag, 26 mei 2008

logo.gif
Zaterdagavond bezocht ik het symposium Genesis 2.0 georganiseerd door Happy Chaos in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De avond werd ingeleid door Robert Dijkgraaf en ging over de vragen: Welke technologische ontwikkelingen veroorzaken in de nabije toekomst de meeste maatschappelijke dynamiek en roepen controverse op, maar hebben tegelijkertijd een grote impact op ons dagelijks leven? Is deze technologie van de toekomst onze nieuwe verlosser?

Als fan van Robert Dijkgraaf vond ik het jammer dat hij niet meer en langer aan het woord was. Hij stipte dingen aan waaronder het feit dat de industrie tegenwoordig al voor 50% gebaseerd is op quantummechanica. Hij had het over de orde van complexiteit, ook in samenwerken. Erg interessant, maar op welke manier en hoe ik dat in een context kan plaatsen liet hij na om te vertellen. Dat had ik graag van hem gehoord. Vooral omdat hij één van de schaarse wetenschappers is die een leek dingen kan uitleggen over zijn kennisgebieden. Als hij ooit een boek zou schrijven over quantummechanica en de snaar-theorie voor dummies, dan sta ik als eerste in de rij om het te kopen. Zou er wel een rij zijn?

Maurice de Hond benadrukte de functionaliteit van de technologie en niet de technologie als van wezenijk belang. Hij merkte op dat we onderdeel van een organisme zijn geworden. We worden steeds afhankelijker van elkaar. Als individu kun je niet meer alleen overleven.

Invloed van de mobiele telefoon

Michiel de Lange had het over de fysieke mobiliteit en de imaginaire mobiliteit, die de mobiele telefoon je doet ervaren. De fysieke mobiliteit maakt het leven avontuurlijker. De imaginaire mobiliteit geeft je aansluiting bij vooruitgang, prestige en rijkdom.
De identiteit zou meer contextueel zijn en men gaat van een betrouwbaar zelf naar een meer gefragmenteerd zelf? We hebben ons altijd aangepast aan onze context denk ik dan, al wisselde deze misschien iets minder snel, maar toch niet minder vaak? Hebben we een minder betrouwbaar zelf? Omdat mensen zich in al die rollen verliezen? Of omdat we minder autonoom leven? Is dat zo? Wat konden mensen vroeger in hun eentje bereiken?

De mobiele telefoon is als opslagmedium het narratief archief van je eigen leven.
Dit vond ik wel een grappige gedachte. Bekijk alle muziekjes, gemaakte foto’s en video’s, mailtjes, verstuurde en ontvangen sms-jes op iemands mobiel en je hebt een aardige indruk van hem en zijn leven van dat moment.
Zo zou je ook naar jezelf of je eigen leven kunnen kijken door alles weer eens terug te lezen. Al gebiedt het gebrek aan opslagcapaciteit je afstand te doen van het oude en te leven in het heden en de toekomst.

De man zonder mobiel

Op dit symposium ontmoette ik 2 oude vrienden, 1 ‘media man’ en een filosoof zonder mobiele telefoon.
Eigenlijk waren de discussies met hun het leukst. De filosoof wilde geen mobiel en zei dat hij leefde bij de gratie van verlangen. Hij vond dat het verlangen uitstellen leidde tot een meer doorleefd verlangen. En geloofde niet zo in instant bevrediging van verlangen.”Wanneer komt een sms nou precies in de voedingsbodem van het ideale moment? Als dat zo is dan is dat een geluksmoment.” Dat kan het zeker zijn, bedacht ik me. ” Het gaat niet om delen, maar om het koesteren van verlangen”, vulde hij aan. ”

Waancontacten

Wat ik wel met hem eens was is dat men in deze tijd ook leeft in de mythe van de bereikbaarheid. “Men heeft inderdaad veel waancontacten”, riep ik uit. (Dit woord voeg ik per heden toe aan de Nederlandse taal ; ) Grote ‘vrienden’ netwerken vol onbekende mensen, chatten met een chatbot, of met Vera 12 die een man is…
Het geeft pas echt status om niet bereikbaar te kunnen zijn. Te belangrijk, te beroemd. Bepaalt uitsluiting een soort kwaliteit?

De mens 2.0

De afsluiting van de avond deed Bas Haring. Hij erkende dat de naam Genesis 2.0 wel een erg arrogante term is. We vragen ons af waar het naartoe gaat met de mens en wij denken dat NU het moment is dat alles gaat veranderen. Het probleem is alleen, dat dit al veel vaker zo geweest is. Hij stelt dat de ontwikkelingen op zich geen geluk zullen geven. Zal de mens 2.0 gelukkiger zijn dan de mens 1.0?
Om de vraag te beantwoorden wat we willen met de mens kom je bij de vraag terecht: Wat is er nog niet?
Is niks willen hetzelfde als willen wat er is? Een nieuwe mensheid willen is willen wat er nog niet is.
Maar wordt je niet gelukkiger van blij zijn met wat er nu wel is? Leidt willen wat er niet is niet per definitie naar ongeluk? We willen steeds maar weer wat nieuws. Dit houd je ook tegen. Innovatief willen zijn kan je ook juist gaan dwarszitten. Vernieuwen is gerelateerd aan de omgeving. Je stelt jezelf om te willen vernieuwen afhankelijk op van de omgeving. Let niet teveel op de mensen om je heen. Vaak zijn het de ideeën die zich ontwikkelen na een misschien zelfs naïeve persoonlijke vraagstelling het meest interessant. “Je wilt niet iets nieuws, je wilt iets goeds!”



The brand called you: Ode aan de mislukte fee

dinsdag, 6 mei 2008

annie-mg_1.jpgIn deze tijd van social networking en profielen maken ben je vaak bezig met beschrijven wie je bent, waar je van houd en wat belangrijk voor je is. Identiteit en authenticiteit zijn kernwoorden geworden die zowel voor privé personen als voor bedrijven van steeds groter belang zijn. Branding. Wat is een sterk merk, wat maakt een merk sterk en hoe behoud men deze waarde. In het kader van ” the brand called you” moest ik denken aan een geweldig versje over authenticiteit van Annie M.G.Schmidt dat ik al vanaf mijn kindertijd ken:

De mislukte fee

Er was er eens een moeder-fee
En had ze kindertjes? Ja twee.
Twee kleine feeënkindertjes
met vleugeltjes als vlindertjes.
Ze waren beiden mooi en slank
maar het ene kind was lelieblank,
zoals feetjes wezen moeten
en ‘t andere kind zat vol met sproeten.

De moeder was heel erg ontdaan.
Ze waste ‘t kind met levertraan,
met katjesdauw, met tijgermelk,
ze doopte het in een bloemenkelk,
maar ‘t hielp geen steek, o nee, o nee,
het was en bleef een sproetenfee.

M’n dochter, zei de moeder toen,
nu kan ik niks meer voor je doen.
je bent als fee (zacht uitgedrukt)
volledig en totaal mislukt.

Ga naar koning Barrebijt
en zeg daar: Uwe Majesteit,
m’n moeder doet de groeten.
Ik ben een fee met sproeten.

Wellicht neemt koning Barrebijt
je dan in dienst als keukenmeid.
Die man heeft altijd wel ideeën
voor min of meer mislukte feeën.

Het feetje ging direct op weg.
Het sliep s’nachts in de rozenheg
en prevelde de hele tijd:
O Sire, Uwe Majesteit
m’n moeder doet u de groeten.
Ik ben een fee met sproeten.

En toen ze aankwam in de stad
stond ze te trillen als een blad.

De koning opende de deur
en zei: Gedag, waar komt u veur?

En wit van zenuwachtigheid
zei ‘t feetje: Uwe Majesteit,
m’n moeder doet u de groeten
Ik ben een spree met foeten.

Wel, sprak de koning heel beleefd
ik zie wel dat u voeten heeft
maar u bent, op mijn oude dag,
de eerste spree die ik ooit zag.

Toen heeft hij dadelijk gebeld
en ‘t hele hof kwam aangesneld.
De koning zei: Dit is een spree.
Iets héél bijzonders. Geef haar thee
en geef haar koek.En geef haar ijs.
Ze blijft hier wonen in ‘t paleis.

Nu woont het feetje al een tijd
aan ‘t hof van koning Barrebijt
en niet als keukenmeid, o nee!
Ze is benoemd tot opperspree.

Ze heeft een gouden slaapsalet
en gouden muiltjes voor haar bed.
En alle heren aan het hof
die knielen voor haar in het stof.
Waaruit en ieder weer kan lezen
dat men als fee MISLUKT kan wezen
maar heel geslaagd kan zijn als spree.
Dit stemt ons dankbaar en tevree.

uit: “Op visite bij de reus”, Annie M.G.Schmidt, Arbeiderspers 1960

annie-mg_2.jpg
De beide foto’s heb ik van Annie gemaakt toen ik bij haar logeerde in Zuid Frankrijk in 1991