30th Aug2013

Sharing nu helemaal gewoon

by Irene van Nispen Kress
foto: Irene van Nispen-Kress

foto: Irene van Nispen-Kress

In 2007 schreef ik samen met Marco Raaphorst dit stuk over delen en de invloed van internet.
Hij herinnerde me aan ons gezamelijke stuk door het laatst opnieuw op zijn blog te plaatsen.
Inderdaad heel leuk om weer te lezen, vooral als je je bedenkt dat we dit 6 jaar geleden schreven!
Het werd gepubliceerd door “Livre”.
Livre (2005-2009) was een nieuws- en kennisportal.
Doel van Livre was het ontwikkelen en delen van kennis op het gebied van digitale duurzaamheid.

Sharing economy: Zullen we eerlijk alles delen?!
vrijdag, 6 april 2007 – 17:40

Het Internet heeft ons gehele economische waardensysteem op zijn kop gezet.
Het heeft bijgedragen tot beperking van schaarste.
Informatie is niet meer schaars en de waardering van immateriële dingen is toegenomen.
Exclusiviteit is op het Internet ver te zoeken.
De rol van de consument is sterk veranderd.
Vandaag de dag zien we dat consumenten (of liever: prosumenten), dankzij de beschikking over eigen media en internetdistributie, zelf laten zien wat ze kunnen,
vinden en willen accepteren waarbij oude wetmatigheden, gebaseerd op schaarste en exclusiviteit, niet meer een vanzelfsprekendheid zijn.
Irene Kress en Marco Raaphorst* over een maatschappij die snel aan het veranderen is, en waar delen steeds vaker gelijk staat aan vermenigvuldigen.

Door Irene Kress en Marco Raaphorst

” Eerlijk delen. Het is een morele waarde die we al vroeg van onze ouders leren.
Tot op de dag van vandaag.
Delen, terwijl je het vaak liever voor jezelf had willen houden.
Delen van dingen die je leuk en lekker vindt.
Snoep- en speelgoed bijvoorbeeld.
Maar eten dat je niet graag lust moet je nou juist weer wel alléén opeten.
Delen valt niet altijd mee. Maar waarom hebben we geleerd te delen en waarom was dat in veel gevallen lastig?
Als ik iets deel met jou, dan heb ik zelf minder.
Dat wat ik deel is veel minder of zelfs helemaal niets meer waard.
Ik heb geleerd te delen omdat als ik nooit iets deel, een ander ook niets met mij zal willen delen.
En we hebben elkaar nodig.
Ik zal sneller bereid zijn te delen als ik de waarde voor mijzelf zie.
Of de morele waarde kan omzetten in een commerciële waarde.

Delen en vermenigvuldigen,

Delen is vooral moeilijk als er sprake is van exclusiviteit en van schaarste.
Dan is de macht in handen van degene die hééft.
Als de machthebber deelt, dan doet hij dit niet zonder stevige onderhandeling en de wetenschap dat hij er beter van wordt.
Want delen vermindert ieders aandeel, dus daar dient iets tegenover te staan.
Geld.
Tot voor kort werkte dat zo, maar het Internet heeft dit gehele waardensysteem op zijn kop gezet.
Het Internet heeft ervoor gezorgd dat er op veel gebieden geen schaarste meer is en exclusiviteit is op het Internet ook ver te zoeken.
Als ik iets maak, vervolgens op het Internet zet en jij download dat, dan krijgen we twee gelijkwaardige bestanden.
Delen we het internetbestand met meerderen, dan vermenigvuldigt het bestand zich met het aantal deelnemers.
Op Internet staat delen dus gelijk aan vermenigvuldigen.
Alles wat je ziet of hoort op het Internet, wordt op jouw computer gezet.
Soms is dat tijdelijk (cache), soms voor langere duur.
Sec genomen is er altijd sprake van een kopie.
Je zou kunnen zeggen dat het Internet eigenlijk geen copyright kent, of misschien beter:
dat deze data geen copyright kent.

Zo bekijken de ‘machthebbers’ het niet.
Zij benaderen het Internet met in het achterhoofd de oude wetmatigheden.
Deze wetmatigheden waren voor hen voordelig, dus verlaten zij deze niet graag.
‘De wet van delen leidt tot vermindering en dus tot waardevermindering’.
‘De wet van exclusiviteit en schaarste; als ik het heb, kan niet iedereen evenveel hebben als ik’.
Vroeger was er een beperkt aantal grammofoonplaten, maar de platen die je had kon je grijs draaien en eventueel voor vrienden kopiëren op een tape.
Het beïnvloedde de kwaliteit toen wel, nu dankzij de digitale technieken is ook dat niet meer het geval.
Misschien juist om díe reden is er de afgelopen jaren behoorlijk ingeleverd in de mogelijkheden om met elkaar dingen te kunnen delen.
Bijvoorbeeld door de komst van Digital Rights Management. [1]
Zo worden door DRM, dat Apple en Microsoft aan haar muziekbestanden toevoegt, de rechten van de consument behoorlijk beperkt.

Walt Disney

Hergebruik is ook zoiets.
Vroeger heette dat jatten.
Het auteursrecht zat altijd al zo in elkaar dat je een idee ‘als bron van inspiratie’ mocht gebruiken.
Verander het idee van een ander een tikje
en de ander heeft bij de rechter geen poot meer om op te staan.
Kijk vandaag de dag naar de televisie en het moet jou toch ook opvallen dat een groot aantal programma’s verdacht veel op elkaar lijkt?
Maar kopieergedrag of niet, er wordt vervolgens wel een exclusief ‘copyright’-stickertje opgeplakt.
Het voordeel van werkelijk hergebruik, bijvoorbeeld door middel van een Creative Commons-licentie, is dat de maker van de eerste (oorspronkelijke) versie genoemd blijft.
Zelfs als een andere partij er een groter succes van maakt.
Die oorspronkelijke partij kan, mits voldaan aan een aantal voorwaarden, zelfs meedelen in de winst van de ‘legale naäpers’.
Wordt gebruikgemaakt van het stempel ‘alle rechten voorbehouden’, dan heeft de oorspronkelijke partij geen poot om op te staan.
Laat staan dat hij meedeelt in de winst.
Walt Disney [2], de bewerker van vele sprookjes, was zo iemand die graag hergebruikte.
Een animator was hij niet, maar hij had wel smaak, humor, inzicht én goede ideeën.
Hij gebruikte de creativiteit en ambachtelijkheid van anderen en zijn bedrijf werd daardoor een machtig productie- en distributiekanaal.
Dat is de reden waarom het voor de machthebber interessant blijft om alles bij het oude te houden.
Maar wat als de macht verschuift? Als de waarden verschuiven?
Interactie vergroot tegenwoordig in veel gevallen de waarde.
Het individu investeert en de waarde van het product neemt toe.
Vroeger was dit ongekend; elk product verminderde of verdween door gebruik, consumptie en verkoop.

Voor Walt Disney geldt dat hij open bronnen (lees: het Publiek domein [3])
heeft gebruikt voor producties die vervolgens een ‘alle rechten voorbehouden’-copyright meekregen.
Daarmee werd iets wat bezit was van het Publiek domein, in één klap exclusief.
Met de komst van open source en open content licenties, bijvoorbeeld die van Creative Commons, kan dit worden voorkomen.
Door een attribuut als ‘gelijk delen’/’share alike’ toe te passen,
verplicht je de maker van de herbewerking het nieuwe werk onder dezelfde licentie uit te brengen.
Daarmee wordt voorkomen dat de cyclus van het herbewerken stopt
en blijft de mogelijkheid bestaan om geld te verdienen aan die herbewerkingen.
Het grote verschil is dat de werken die onder een Creative Commons-licentie vallen,
opnieuw herbewerkt kunnen worden en dat álle voorafgaande werken waarop deze herbewerking gebaseerd zijn,
genoemd moeten blijven.
Zodoende schept een creatief product weer andere creatieve producten en door toegevoegde waarde te bieden,
kan er geld mee worden verdiend.
Een auto op basis van een open source ontwerp [4]?
De vraag is er al, en de auto zal toch gemaakt moeten worden.
Daar zal voor betaald moeten worden. Wikipedia uitbrengen in boekvorm?
Waarschijnlijk zijn er genoeg mensen die ervoor willen betalen, dus waarom niet?
Geld verdienen? Zie er andere waarden in.

Prosument

Netwerken bijvoorbeeld.
Die hebben tegenwoordig veel waarde.
Interessant voor adverteerders die afnemers van hun producten en diensten zoeken.
Netwerken stellen adverteerders in staat om gericht producten en diensten aan te bieden.
Want de doelgroep heeft behoeften die zij graag vervuld zien.
Het verschil met vroeger is dat deze doelgroep nu ook macht heeft.
Ze kunnen, dankzij het kunnen beschikken over eigen media en internetdistributie,
zelf distribueren en laten zien wat ze kunnen, vinden en willen accepteren.
De consument is prosument geworden, een samentrekking van de woorden producent en consument.
Het woord prosument werd voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler in het boek The Third Wave uit 1980.
Vandaag de dag zien we dat de macht verschuift en ook bedrijven beginnen in te zien
dat er veel kennis en expertise is onder de gebruikers van hun producten.
Kennis over wát er beter kan en hóe het beter kan.
Daarbij kan samenwerking van verschillende specialismen verrassende nieuwe producten opleveren.
Mensen inspireren elkaar en kunnen voortborduren op wat de ander heeft gedaan.
Dat heet leren, opvoeden én ontwikkeling.”

[1] Digital Rights Management for dummies
[2] Levensloop Walt Disney
[3] Wat is Publiek domein?
[4] OScar-project

* Irene Kress, gespecialiseerd in crossmedia en audiovisuele producties, en Marco Raaphost, componist, sounddesigner en expert op het gebied van Creative Commons-licenties, zijn initiatiefnemers van Cirocco.

23rd Mei2013

What Design Can Do 2013

by Irene van Nispen Kress

VK design

Vorige week was ik op een geweldig design congres in de Stadsschouwburg in Amsterdam : “What Design can Do”
Er waren gasten van over de hele wereld; van food designers, interaction designers, graphic designers,
fashion designers, system designers, architects, publishers en wat meteen al duidelijk werd:
Design gaat niet meer over het mooi maken van dingen. Design gaat over het beter maken van dingen.

De veranderde functie van design

David Kester de eerste spreker op de eerste dag begon er zo ongeveer mee:
“Design is the link between creativity and innovation”.

Voorheen werd design vooral gezien als een toegepaste kunstvorm die de vorm en het uiterlijk van dingen beïnvloedde op een vrije manier. Om de dingen mooier of interessanter te maken volgens de norm van de designer en/of de opdrachtgever.
Om ze samenhang te laten hebben met hun omgeving of ze anders te plaatsen in de tijd.

Nu begint men zich te realiseren dat design inderdaad de vorm en het uiterlijk en de uitstraling bepaalt, maar dat dit vergaande consequenties heeft voor het gebruik en het gedrag van mensen.
Kleuren en vormen hebben niet alleen invloed op de esthetiek, ze hebben ook invloed op de ergonomie, op de psychology en zo op iemands hele gedrag.
Alles is vormgegeven, elke wc-bril, elk theekopje, elke zakdoek, elk huis, elk boek, elke pen, elke computer, elke lantaarnpaal, elk tuinhekje, elke rollator…

Vroeger werd er vooral op de aantrekkelijkheid van het ontwerp gelet en de daarmee samenhangende verkoop. Vinden mensen het mooi? Zet het aan tot kopen? Of verkoopt het zelf goed?
Maar nu is er een tendens om problemen op te gaan lossen door middel van design. Juist omdat men begint in te zien dat de invloed ernorm kan zijn. En dan niet de invloed op de verkoop, maar de invloed op gedrag.

De invloed van design op gedrag

Juist omdat hoe iets eruit ziet, welke kleur het heeft en welke vorm iets heeft, ons gedrag bepaalt en hoe we ons ermee, ernaast en erin voelen, is design ook in te zetten om dit gedrag te veranderen.
Dit kan zijn uitwerking hebben in een zeer praktische zin : een douchestoel met wieltjes die gebruikt wordt in een ziekenhuis zó ontwerpen dat het niet meer bestaat uit zeg 30 onderdelen die allen zorgvuldig schoongehouden dienen te worden, maar uit nog maar 10.
Zodat de schoonmaaktijd tot nog maar een kwart van de tijd gereduceerd kan worden en zo ook de daarmee gemoeide kosten.

Rahul Mehrotra uit India is architect en een geweldig voorbeeld van een designer die mogelijkheden ziet en schept om gedrag te veranderen tussen mensen.
Hij begeeft zich op een interessant terrein door zich af te vragen hoe design kan bijdragen aan het oplossen van problemen die te maken hebben met de kapitalistische maatschappij aan de ene kant en sociale vraagstukken over de samenleving aan de andere kant.

gebouw RMA architects

Een heel mooi en grappig voorbeeld is het kantoorgebouw met een verticale ‘facade’ tuin eromheen tot en met de bovenste verdieping. Het heeft een heel ingenieus hydratatie- en verkoelend spray systeem, biedt mooie planten en verkoeling in de Indiase hitte en brengt de verschillende ‘kasten’ met elkaar in aanraking door de managers in het kantoorgebouw naast de tuinen te laten zitten waar de tuiniers werken in hun eigen gallerij. Men ziet elkaar werken en kan met elkaar in contact komen in plaats van te leven in die enorm gescheiden werelden tussen lagen van de bevolking zoals meestal het geval is. De managers schijnen dat ook te doen door bijvoorbeeld de tuiniers om te kopen om hun werk bij hun bureau in de buurt wat anders te doen zodat ze een beter uitzicht hebben….

Social change design

Mike Kruzeniski nu werkzaam bij Twitter ziet ook een sociale taak voor designers.
“A designer looks at the world and constantly thinks:’ Why is it like this en not like that’.
So you are contstantly designing.Think make think make think make.”

Aan het eind van het congres stond ik nog even na te praten met Joel Lewis van Hellicar&Lewis en onze slotconcusie van het hele congres was eigenlijk: iedereen roept eigenlijk hetzelfde en alle getoonde projecten leiden tot hetzelfde: we moeten meer samen doen.
Samen werken, samen tot stand brengen, samen doen, samen beleven. SHARE. Maar dan niet in de zin van alles in stukken snijden en ieder krijgt zijn deel, maar meer samen in contact zijn en door dat contact dingen delen.
Voelen, ruiken, horen, ervaren, ondergaan.
Misschien zou dat, zoals Anthony Dunne hoopt, onze waarden kunnen veranderen.

10th Mei2012

Visueel maken van informatie verheldert

by Irene van Nispen Kress

De eerste keer dat ik uitgebreid kennis maakte met het verschijnsel en de techniek was op LIFT, een zeer interessante conferentie in Genève waar ik in 2009 en in 2011 was en over publiceerde.
Vlak naast het podium waren tekenaars bezig alle uitgesproken informatie in een tekening te vatten.
Het zag er vrolijk,helder en duidelijk uit.

Noem het Visual Harvesting of Sketch Noting, het komt er allemaal op neer dat de inhoud van het gesproken woord zo duidelijk mogelijk d.m.v. tekeningen wordt verbeeld, meestal in een live situatie.
Een mooi voorbeeld is ook het werk van Eva Lottchen. Zij heeft een prachtig boekje uitgebracht met collega’s samen, hier helemaal in te zien.
De techniek is echt geweldig om overzicht te krijgen tijdens vergaderingen en conferenties, maar ook in het klein en voor jezelf. Het werkt ook goed om zo’n tekening te bewaren en je in een keer weer te herinneren hoe het ook alweer zat.

Heeft dit je allemaal geïnspireerd en mocht je interesse hebben het zelf te leren:
De jongens van Modelminds geven een interessante workshop op 14 en 15 juni 2012.

Je kunt de flyer hier downloaden.

18th Jan2012

Inspiration of the day

by Irene van Nispen Kress

De kunst van het autowassen: met stoom. Ik vond het er zo prachtig uitzien en het werd ook nog eens heel mooi schoon!
Kijk hier voor de serie

18th Nov2011

Een systeem van gunnen en delen in organisatie 3.0?

by Irene van Nispen Kress

Een goede vriendin mailde mij dit stuk toe, van organisatiepsycholoog Guido van der Wiel. Een verhaaltje over spelen met zijn kinderen dat leidt tot overdenkingen over hoe we eigenlijk met elkaar omgaan in deze samenleving. Waarom kunnen we elkaar niet helpen te slagen in plaats van elkaar voortdurend in de weg te staan?
Is het werkelijk zo dat het nog steeds een óf ik heb succes óf jij hebt het situatie is? Ik kan me voorstellen dat dit ooit is ontstaan in tijden van schaarste en gelijke behoeften, maar daar zou tegenwoordig toch wel iets anders op te verzinnen moeten zijn. We leven niet meer in een cowboywereld. Althans, dat is echt niet meer nodig. Volgens mij zou je best een eind kunnen komen als we ons richten op wezenlijke behoeften en mogelijkheden. Waarom eigenlijk niet?

Dat kinderen een grote leermeester kunnen zijn, bewees mijn zoon van 4 jaar. Hij toonde mij de kracht van vertrouwen, openheid, transparantie, gunnen en delen: alle voorwaarden voor organisatie 3.0 en open innovatie-denken.

Een familieanekdote van een zondagmiddag een paar weken terug. We speelden met ons gezin een nieuw soort kwartetspel. Aan het eind van ieders beurt was het de bedoeling om die kaart op de stapel te gooien, waar het volgende familielid dat aan de beurt was voor zeker niets mee aan kon. De eerste keer dat we het speelden, speelden we het spelletje met de kaarten open op tafel. Mijn vrouw en ik gniffelden al zodra we met de klok mee de volgende persoon in ons gezin een hak konden zetten. Mijn dochter van 6 gniffelde mee. Ook zij zag hoe het werkte en verstond binnen de kortste keren de kunst om de ander de loef af te steken.

Toen was mijn zoon van vier aan de beurt. Hij keek nauwgezet welke kaart een ieder van ons miste om tot een kwartet te komen en keek of hij die kaart voor zich had liggen. Zonder schroom, zonder bezitsdrang, zonder competitiedrift deelde hij de kaarten uit. ‘Kijk papa, die heb jij toch nodig?’ ‘Alsjeblieft, mama, voor jou!’ ‘Wil jij deze twee, Sterre?’ Ik greep in. Het was overduidelijk dat hij het spel niet begreep, ik zou het hem uitleggen. En… het lukte me niet. Het lukte me niet om hem uit te leggen dat het de bedoeling was om de ander tegen te werken. Ik kon hem met geen fatsoen leren een ander een hak te zetten. Ik weigerde de onschuld uit zijn ogen te wassen.

Ineens zag ik dat niet ik aan hem iets bij aan het brengen was over spelen, over leren, over leven, maar dat hij mij een wijze les voorschotelde. Over samenwerken, over delen, over de nieuwe wereld, open innovatie. Laat maar in je kaarten kijken, papa, spraken zijn ogen. Wie weet kan ik je helpen. Als ik weet wat jou bezig houdt, lieve zus, kan ik jou tot grotere hoogte stuwen. Mama, ik zal je aanvullen op die gebieden die jij belangrijk vindt.

Ineens zag ik hoe wij onszelf van generatie op generatie aan het programmeren zijn geweest. Van ganzenbord tot Angry Birds. Via traditionele en moderne spelen indoctrineren we onszelf een levenlang met tactieken hoe we zo gewiekst mogelijk door het leven kunnen gaan en hoe we zo als eerste, beste, hoogste kunnen eindigen. Of het nu gaat om Monopoly, om Risk, om Stratego, om Wordfeud, om Pesten, om Hartenjagen, om Schaken, om Dammen. We worden geprogrammeerd om – via het spel – zelf te winnen, zelf te vergaren, zelf te vermeerderen ten koste van anderen, zelf winsten te boeken, anderen te pesten, of – nog erger – anderen eerst te gebruiken om ze daarna alsnog op het laatst uit te schakelen en links te laten liggen. Om The Eagles te citeren: We are programmed to receive.

Ik probeerde mijn gedachtes te sussen. Nou, Guido: Het Is Maar Een Spelletje… Maar de gedachte bleef knagen. Niets is serieuzer dan het spel. In het spel leven we de waarden voor die we belangrijk gaan vinden. We oefenen met gedrag dat nog net geen directe consequenties heeft voor het echte leven, om het daarna – eenmaal echt – in de boze buitenwereld succesvol (sic) toe te kunnen passen. We leren onszelf in feite wat ons concept van succes behelst. Was dat: het vergaren van geld en het vergroten van de eigen winst?

Hoe anders kan het zijn. Zal het zijn. Waarom zouden we onszelf – en onze kinderen – überhaupt leren om ervan te genieten de ander een hak te zetten? Waarom heeft mijn zoon eigenlijk niet gelijk? Is het niet veel gaver om te leren delen, om puzzelstukjes bij elkaar te brengen, om niet uit te gaan van één winnaar, maar uit te gaan van geen verliezers? Gaat daar de nieuwe vorm van organiseren, de nieuwe vorm van leren, van samenwerken niet over? Over delen, over vertrouwen? Teamwork is: niet jezelf voorop zetten, maar de ander helpen: die ander bepaalt mede jouw succes. De beste managementgames, de meest geslaagde organisatietrajecten zijn die waarbij delen tot vermenigvuldigen leidt. Open innovatie en HR-trajecten vol bedrijfsbezoeken bij collegabedrijven: transparantie ten top.

Zo leerde mijn zoon mij opnieuw hoe waardevol het is om juist in je kaarten te laten kijken en hoe duurzaam het is om geen kaarten achter te houden. Ik had me vastgeklampt aan de knikkers en het spel, maar mijn zoon veranderde ter plekke de regels van het spel zelf. Ik moet het toegeven. Mijn zoon heeft gewonnen.

Guido van de Wiel is organisatiepsycholoog

13th Nov2011

Occupy Amsterdam in beeld II

by Irene van Nispen Kress

20111112-l1002536.jpg

20111112-l1002632.jpg

Deze keer wederom het leven op het Beursplein en een ‘General Assembly’ op de Dam.
De hele serie kan je hier vinden.

08th Jul2011

Kunst 2.0: Inspiratie van ‘Spitting Ink’

by Irene van Nispen Kress

Op zoek naar zowel visuele als inhoudelijke inspiratie voor mijn reis naar Rwanda vond ik deze documentaire.
Het onderwerp is anders dan het mijne; het zijn portretten van jonge dichters in de straten van New York. Maar toch inspireert deze manier van een verhaal vertellen mij.
De premiere van deze film was op het IDFA en gemaakt door filmmakers die zich ‘geen serieuze’ filmmakers noemen. Veel van het materiaal was 7 jaar geleden al gedraaid, maar de makers wisten er toen geen raad mee. Heel herkenbaar. 😉

Ik noem het kunst 2.0 omdat de kunst hier een functie heeft, bewustmaking en het zorgt dat mensen hun leven een betere wending weten te geven.

Spitting Ink from ralph de haan on Vimeo.

03rd Jul2011

Inspiration of the day

by Irene van Nispen Kress

Kunstenaars maken het zichzelf vaak moeilijk, deze is echt hilarisch in het vinden van oplossingen. Hij neemt het niet zo nauw met ‘waarheid’ en zo betreed je met hem een wereld waarvan je kan denken “waarom ook niet?”. En hij kan ook wel heel mooi positief over zichzelf vertellen….

voor de mobiele kijker: http://www.ted.com/talks/shea_hembrey_how_i_became_100_artists.html

29th Jun2011

Inspiration of the day

by Irene van Nispen Kress

Dacht je dat ‘free running’ iets nieuws was? Welnee.

voor de mobiele kijker: http://youtu.be/c9gBlJGehzQ

Het verschil zit in andere dingen…

voor de mobiele kijker: http://youtu.be/kWJHSyjVMY8

17th Jun2011

Voorbereidingen op Rwanda

by Irene van Nispen Kress

afbeelding-2.png Ik ben me aan het voorbereiden op een reis naar Rwanda. We gaan daar een fotografie masterclass volgen bij Marcus Bleasdale en Gary Knight, world press fotografen, fotojournalisten die het gebied goed kennen.
Ondanks het feit dat ik ooit in de fotocursussen zat waar een aantal Nederlandse topfotografen ook begonnen (Rineke Dijkstra in ieder geval en volgens mij Inez van Lamsweerde zelfs ook) ben ik audiovisuele vormgeving gaan doen op de Kunstacademie en heb me weinig meer met fotografie bezig gehouden.
Voor mij is het nu dus weer reuze spannend om serieus een verhaal te gaan vertellen met foto’s.

Energie

Een goede voorbereiding scheelt veel, al moet je er wel rekening me houden dat er toch veel anders lopen zal dan gepland. Het thema van de workshop is ” Hope en development “.
Wij hebben gekozen voor het onderwerp ‘energie’.
Internationaal gezien blijkt het zo te zijn dat er een sterke samenhang is tussen elektriciteitsconsumptie, economische groei en armoede vermindering. Een mooi onderwerp dus binnen dit thema.

Nu de benadering van partijen. Een begin is al gemaakt. We hebben contact met een bedrijf dat speciale lampjes maakt.
Nu nog verder kijken.
Hier is een geweldig optreden van een jongen uit Malawi die zelf een windmolen heeft gemaakt.
Zo iemand zouden we eigenlijk in Rwanda moeten vinden!

voor de mobiele kijker: http://www.ted.com/talks/view/lang/dut//id/642

Pagina's:1234567»