home



Een systeem van gunnen en delen in organisatie 3.0?

vrijdag, 18 november 2011

Een goede vriendin mailde mij dit stuk toe, van organisatiepsycholoog Guido van der Wiel. Een verhaaltje over spelen met zijn kinderen dat leidt tot overdenkingen over hoe we eigenlijk met elkaar omgaan in deze samenleving. Waarom kunnen we elkaar niet helpen te slagen in plaats van elkaar voortdurend in de weg te staan?
Is het werkelijk zo dat het nog steeds een óf ik heb succes óf jij hebt het situatie is? Ik kan me voorstellen dat dit ooit is ontstaan in tijden van schaarste en gelijke behoeften, maar daar zou tegenwoordig toch wel iets anders op te verzinnen moeten zijn. We leven niet meer in een cowboywereld. Althans, dat is echt niet meer nodig. Volgens mij zou je best een eind kunnen komen als we ons richten op wezenlijke behoeften en mogelijkheden. Waarom eigenlijk niet?

Dat kinderen een grote leermeester kunnen zijn, bewees mijn zoon van 4 jaar. Hij toonde mij de kracht van vertrouwen, openheid, transparantie, gunnen en delen: alle voorwaarden voor organisatie 3.0 en open innovatie-denken.

Een familieanekdote van een zondagmiddag een paar weken terug. We speelden met ons gezin een nieuw soort kwartetspel. Aan het eind van ieders beurt was het de bedoeling om die kaart op de stapel te gooien, waar het volgende familielid dat aan de beurt was voor zeker niets mee aan kon. De eerste keer dat we het speelden, speelden we het spelletje met de kaarten open op tafel. Mijn vrouw en ik gniffelden al zodra we met de klok mee de volgende persoon in ons gezin een hak konden zetten. Mijn dochter van 6 gniffelde mee. Ook zij zag hoe het werkte en verstond binnen de kortste keren de kunst om de ander de loef af te steken.

Toen was mijn zoon van vier aan de beurt. Hij keek nauwgezet welke kaart een ieder van ons miste om tot een kwartet te komen en keek of hij die kaart voor zich had liggen. Zonder schroom, zonder bezitsdrang, zonder competitiedrift deelde hij de kaarten uit. ‘Kijk papa, die heb jij toch nodig?’ ‘Alsjeblieft, mama, voor jou!’ ‘Wil jij deze twee, Sterre?’ Ik greep in. Het was overduidelijk dat hij het spel niet begreep, ik zou het hem uitleggen. En… het lukte me niet. Het lukte me niet om hem uit te leggen dat het de bedoeling was om de ander tegen te werken. Ik kon hem met geen fatsoen leren een ander een hak te zetten. Ik weigerde de onschuld uit zijn ogen te wassen.

Ineens zag ik dat niet ik aan hem iets bij aan het brengen was over spelen, over leren, over leven, maar dat hij mij een wijze les voorschotelde. Over samenwerken, over delen, over de nieuwe wereld, open innovatie. Laat maar in je kaarten kijken, papa, spraken zijn ogen. Wie weet kan ik je helpen. Als ik weet wat jou bezig houdt, lieve zus, kan ik jou tot grotere hoogte stuwen. Mama, ik zal je aanvullen op die gebieden die jij belangrijk vindt.

Ineens zag ik hoe wij onszelf van generatie op generatie aan het programmeren zijn geweest. Van ganzenbord tot Angry Birds. Via traditionele en moderne spelen indoctrineren we onszelf een levenlang met tactieken hoe we zo gewiekst mogelijk door het leven kunnen gaan en hoe we zo als eerste, beste, hoogste kunnen eindigen. Of het nu gaat om Monopoly, om Risk, om Stratego, om Wordfeud, om Pesten, om Hartenjagen, om Schaken, om Dammen. We worden geprogrammeerd om – via het spel – zelf te winnen, zelf te vergaren, zelf te vermeerderen ten koste van anderen, zelf winsten te boeken, anderen te pesten, of – nog erger – anderen eerst te gebruiken om ze daarna alsnog op het laatst uit te schakelen en links te laten liggen. Om The Eagles te citeren: We are programmed to receive.

Ik probeerde mijn gedachtes te sussen. Nou, Guido: Het Is Maar Een Spelletje… Maar de gedachte bleef knagen. Niets is serieuzer dan het spel. In het spel leven we de waarden voor die we belangrijk gaan vinden. We oefenen met gedrag dat nog net geen directe consequenties heeft voor het echte leven, om het daarna – eenmaal echt – in de boze buitenwereld succesvol (sic) toe te kunnen passen. We leren onszelf in feite wat ons concept van succes behelst. Was dat: het vergaren van geld en het vergroten van de eigen winst?

Hoe anders kan het zijn. Zal het zijn. Waarom zouden we onszelf – en onze kinderen – überhaupt leren om ervan te genieten de ander een hak te zetten? Waarom heeft mijn zoon eigenlijk niet gelijk? Is het niet veel gaver om te leren delen, om puzzelstukjes bij elkaar te brengen, om niet uit te gaan van één winnaar, maar uit te gaan van geen verliezers? Gaat daar de nieuwe vorm van organiseren, de nieuwe vorm van leren, van samenwerken niet over? Over delen, over vertrouwen? Teamwork is: niet jezelf voorop zetten, maar de ander helpen: die ander bepaalt mede jouw succes. De beste managementgames, de meest geslaagde organisatietrajecten zijn die waarbij delen tot vermenigvuldigen leidt. Open innovatie en HR-trajecten vol bedrijfsbezoeken bij collegabedrijven: transparantie ten top.

Zo leerde mijn zoon mij opnieuw hoe waardevol het is om juist in je kaarten te laten kijken en hoe duurzaam het is om geen kaarten achter te houden. Ik had me vastgeklampt aan de knikkers en het spel, maar mijn zoon veranderde ter plekke de regels van het spel zelf. Ik moet het toegeven. Mijn zoon heeft gewonnen.

Guido van de Wiel is organisatiepsycholoog



Brainstorm over aandacht

woensdag, 10 februari 2010

Met Valentijnsdag op komst liggen de boekhandels vol met allerlei boeken en boekjes rondom het thema liefde. Ik bladerde door allerlei boekjes en kwam langs een uitspraak van een Tibetaanse monnik dat liefde aandacht is.
Hmm, dacht ik. Is dat zo? Vooral met het aandachtstekort van tegenwoordig in mijn hoofd. We leven in een maatschappij waarin aandacht schaars is.
Dit uit zich ook in de marketing; je krijgt niet zo makkelijk meer aandacht voor je product. Onderscheid is van groot belang. In de boodschap zowel als in het product. Alles komt in overvloed over ons heen. Van alle kanten roepen alle media om aandacht. Op straat, in het openbaar vervoer, in winkels.

Op het werk natuurlijk, maar thuis en op het internet roept er ook meer om aandacht dan je vaak op kunt brengen. Al is er nog zo veel interessant en leuk. Aandacht moet worden verdeeld. Je moet keuzes maken. En de juiste keuzes, want als aandacht liefde is en je geen aandacht geeft aan dingen en mensen die je eigenlijk wel lief hebt, dan raakt er op den duur van alles gefrustreerd. Waaronder jij zelf hoogst waarschijnlijk.

Attention whores

I’m so not an attention whore
Toch wel interessant als je verder denkt rondom ‘liefde is aandacht’. Overal heb je wat men tegenwoordig ook wel ‘attention whores’ noemt.
Mensen die alles doen voor een beetje aandacht. Komen deze mensen liefde tekort? Verwarren ze onbewust een moment van aandacht van een vreemde met liefde? Eigenlijk zou aandacht als het gaat om de attentie van een (kort) moment geen aandacht moeten heten, maar zou er een ander woord voor moeten bestaan. Zodat je het woord aandacht alleen zou gebruiken als de aandacht aandachtig is.

Aandachtige aandacht

Aandachtig. Ik hoor het woord zelden nog. Wie is er nog aandachtig bezig met dingen? Die aandacht vraagt rust. Dat ontbreekt vaak. De tijd nemen om iets aandacht te geven. Of iemand. Vergeet aan jezelf niet.
Stel dat aandachtige aandacht liefde is. Zou er dan meer liefde zijn als mensen meer rust nemen?
Niet alleen voor elkaar, maar ook voor objecten en dingen. Voor handelingen en activiteiten.
Je zou dus de tijd moeten nemen om ergens werkelijk aandacht voor te hebben als je wilt dat er met meer liefde geleefd wordt?

Met aandacht iets doen, dan denk ik ook aan ambachten. De mensen die urenlang bezig zijn een mooi dingetje te maken. Handwerk wordt niet voor niets weer meer gewaardeerd tegenwoordig. Slow food koken, ook zo iets. Het is echt lekkerder en je wordt er zelf rustig van.

Aandacht maakt inderdaad vriendelijk. Als men mij met aandacht benadert in een winkel, bij een instantie of aan de telefoon, dan reageer ik vriendelijk. Als ik vriendelijk reageer voel ik mij zelf ook beter. Als ik aandacht krijg in het verkeer, voel ik mij gezien. Als iemand mij bijna van de sokken rijdt begin ik meteen te schelden. Aandacht krijgen is dus ook je gezien voelen.
Al krijg je nou nog zoveel cadeaus, het is toch de aandacht die iemand aan je geeft die maakt dat je je meer dan geliefd voelt. Dat iemand echt van je houdt.

Dat kan je vergeten. Mensen denken vaak dat ze liefde kunnen afkopen. Door bijvoorbeeld hun kinderen veel cadeaus te geven als ze geen tijd voor ze hebben. Maar kinderen voelen daar haarfijn doorheen. Alleen meestal niet meteen bewust.

Ik geloof het wel ja, dat liefde aandacht is.
Al blijf ik toch het gevoel houden dat het meer is dan dat.

Aandacht is het medium van liefde. Dat komt misschien meer in de buurt?



Creativiteit en innovatie: Het goede idee

dinsdag, 14 april 2009

Ok en dan is ie er: het goede idee. Wat gebeurt er vervolgens mee? Hoe wordt erop gereageerd? Natuurlijk is alles nog onzeker en ligt het voor de hand om er nog wat bij te bedenken of het geheel herkenbaarder te maken. Een geheel nieuw en fris idee heeft zich natuurlijk nog nergens bewezen. En dat is natuurlijk wel lastig als je er een financieel model aan wilt hangen..

Dit filmpje verbeeld al deze fasen erg treffend en vermakelijk.



Brainstorm voor Media me

zaterdag, 23 februari 2008

Naar aanleiding van het project Media Me van Bert Kommerij en Marco Raaphorst en hun
presentatie
afgelopen donderdag in Beeld en Geluid deze brainstorm. :
2283944852_8ec742072c.jpg

Nieuwe media en de massa

Media me, gaat dat over mij? Of over jou en hoe je mij wilt zien?
Over wat ik doe met mijn media of over wat iedereen doet met zijn media?
Wat iedereen doet daar heb ik niks mee te maken. Ik kan nu doen wat ik wil, dat is nieuw.
Ik heb wel met jou te maken en wat jij met je media doet als ik je ontmoeten kan.
Dan kan ik je bereiken en doen we het samen.
Maar zodra je het over massa hebt dan denk ik: massa? dat ben ik niet. Dan gaat het niet over mij.
Ik ben geen massa.
Ik ben mezelf. En ik wil ook dat je me zo ziet. Nu kan ik ook eindelijk aan iedereen laten zien via mijn media dat ik besta en wie ik ben en wat ik wil, ga jij het over massa hebben.
Lig ik wéér op één hoop. En ook nog met mensen die helemaal niet zo zijn zoals ik.
En niemand is zoals ik. Ik ben uniek. En jij ook. En iedereen.
Massa is leuk als je eigenlijk niet weet tegen wie je het hebt. En tegen iedereen tegelijk wilt praten. En dan kijken wie je verhaal begrijpt en dan conclusies trekken. Ja ja. De grootst gemene deler.
Maar is massa alle mensen of neem je een massa van meer gelijkgestemden?
Voor mij is een massa 1+1+1+1 tot in het eindige. Bij mensen in ieder geval.
Want wij gaan niet op in elkaar. Wij blijven individuen. Wij willen niet verdwijnen in een groter geheel en onszelf verliezen. Wij willen gezien worden, opgemerkt, herkend en erkend.
Daarom zijn deze nieuwe media interessant. Ik kan laten zien dat ik besta en jij ook.
Daarvoor heb ik geen grote televisiebedrijven, platen maatschappijen, uitgeverijen en andere grote jongens meer nodig. Ik blijf lekker thuis met mijn computer en maak contact met de hele wereld, als ik wil. Of ik ga in het park zitten en gebruik mijn mobiel.
Ik maak contact met ‘belangrijke’ en met ‘onbelangrijke’ mensen. Met hele andere mensen en met mensen meer als ik.
Eindelijk kan je me zien los van de massa. Eindelijk kan je mij onderscheiden. Eindelijk kan ik zeggen wat ik wil en wat ik mooi vind en waar ik van hou. Ik kan onzin praten als ik wil of lekker bloggen over mijn kat. Want ik houd van mijn kat. En misschien is er wel iemand anders die dat leuk vind. Waarom moet ik ineens weer opgaan in een massa en niemand zijn? Waarom moet ik schrijven en zeggen wat iedereen leuk vindt? Want iedereen bestaat niet. Iedereen vindt nooit alles leuk. Daarom wil ik los blijven van de massa.
En ja dan heb je nog de meeste mensen. De meeste mensen vinden dit leuk. De meeste mensen hebben hier een hekel aan. Maar ja, wie zijn de meeste mensen? Het is maar net hoe je het bekijkt: de meeste mensen met een snor, de meeste mensen met een hond, de meeste mensen met een computer, de meeste mensen met buikpijn, de meeste mensen die hier pas zijn komen wonen? Iedereen heeft een rol en wisselt ook voortdurend van rol. En heeft meerdere rollen tegelijk. De mensen met een snor die een computer en een hond hebben, pijn in hun buik en hier net zijn komen wonen vormen ook een massa.

De massa is dom, de massa volgt een leider en elkaar. Massa’s zijn snel in paniek en hebben duidelijkheid, veiligheid en structuur nodig. Want massa’s zijn log. Massa’s hebben een soortelijk gewicht. Een massa kun je kneden en opdrijven. Een massa kan je veel gemakkelijker beïnvloeden dan een individu.
Maar ja, waar begint de massa en eindigt het individu?



Brainstorm:Bijt creatief en conservatief elkaar?

zaterdag, 3 november 2007

stelmetboek.jpg
Ik hoor de laatste tijd veel dat alles creatiever moet, dat mensen creatief moeten zijn, creatief moeten denken, vernieuwen, innoveren.
Persoonlijk ligt me dat wel, maar wat als je wat behoudender, wat conservatief bent ingesteld?
Als je graag de manier volgt waarop je familie alles doet?
Als je graag ziet wat je goed kent?
Als je graag vooral ziet wie je kent?
Als je meer ingesteld bent op veiligheid?
Als je het ingewikkeld vind om dingen weer op losse schroeven te zetten, omdat je dan bang bent je basis te verliezen.
Van je bedrijf. Je privé leven.
Kan je dan creatief en innovatief zijn?

Waarom zou je eigenlijk?
Verlies je je veiligheid als je creatief gaat denken en oude patronen ter discussie stelt?
Verlies je je zekerheid?
Kan je vernieuwen / innovatief zijn terwijl je toch binnen het kader blijft van wat je kent en je vertrouwd is?

Ja, als je maar de grenzen goed bekijkt waar het je eigenlijk om gaat.

Een anekdote
Een vrouw vroeg zich eens af waarom haar moeder eigenlijk altijd een stukje van het vlees afsneed, voordat ze het in de pan deed. In haar ogen sneed ze er een prima stuk vlees af. Ze besloot het haar moeder te vragen.
Haar moeder had een simpele verklaring:mijn moeder deed het ook altijd zo.
De vrouw besloot haar oma er ook eens naar te vragen.
Haar oma gaf een zelfde antwoord op de vraag:ik heb het zo van mijn moeder overgenomen.

Nou had de vrouw het geluk dat de moeder van haar oma ook nog in leven was. Ze besloot haar overgrootmoeder dezelfde vraag voor te leggen.
Ze antwoord:’Ik had vroeger een geweldige pan om het vlees in te braden, maar hij was jammer genoeg net iets te klein. Dus sneed ik dan maar een stukje van het vlees af..

De overgrootmoeder was creatief en zocht zelf naar oplossingen. De moeder en oma kopieerden haar. Uit loyaliteit, uit respect en omdat ze gewoon klakkeloos vertrouwden op het feit dat het zo moest. Ze wisten de reden niet. En vroegen daar ook niet naar.
Als ze de reden hadden gevraagd, hadden ze gemerkt dat ze niets schaden of ontkrachten als ze het anders zouden doen.

Creatief zijn is ook zelf durven denken en vertrouwen op je eigen oplossingsvermogen.



Brainstorm: The brand called YOU

maandag, 24 september 2007

The art of temptation
Wie ben jij eigenlijk?
Wie ben jij als consument? Wie ben jij als werknemer of collega? Werkgever?
Wie ben jij virtueel? Ben jij dan dezelfde als in het echt?

We manifesteren ons op vele plaatsen in de wereld in vele rollen. Steeds vaker worden we gevraagd wie we zijn, wat we doen, waar we bij horen en waar we van houden.
Bedrijven en organisaties zijn er ook steeds vaker benieuwd naar; om hun producten op je af te stemmen. Of bij sollicitaties. Om te achterhalen wie je bent en wie je kent in je sociale netwerken als Hyves en LinkedIn.

Vaak zonder erg heb je jezelf al geprofileerd, door hoe je eruit ziet, de wijze waarop je je kleedt, wat je beroep is, waar je werkt, met wie je omgaat.

Op het internet is het heel normaal geworden dat iemand even wordt geGoogled, om te zien wat er voor vlees in de kuip lijkt te zijn.

Mensen werken niet meer hun hele leven voor dezelfde werkgever. Het vaker wisselen van werkplek wordt niet meer gezien als wispelturig gedrag maar meer als een teken van kracht, zelfstandigheid en wél weten wat je wilt.

De mensen in bedrijven krijgen steeds meer een gezicht. Het is niet meer ‘wij’ als bedrijf, maar de mens achter de functie komt steeds vaker te voorschijn.

Maar wie ben ik eigenlijk?

Heel veel mensen zijn op zoek naar zichzelf. Naar hun ‘roots’, hun ware passie, een diepere betekenis van het zelf.
Waar hoor je bij? Waar wil je bijhoren? Hoor je daar altijd bij?
Hoe kom je tot zelfverwezelijking? Zelfexpressie. Hoe geef je zin aan je bestaan?
Want dat moeten we tegenwoordig zelf doen.

Iedereen wordt steeds meer de concurrent van de ander.
Hoe creëer je meerwaarde in een tijd van hyperconcurrentie?
Iedereen kopieert elkaar. Je bent niet lang origineel. Alles gaat heel snel.

Is concurreren misschien ouderwets aan het worden? Moeten we gewoon samenwerken om te zorgen dat we krijgen wat we nodig hebben?

Jezelf zijn en blijven, authentiek zijn.
Dan ben je nooit als een ander en ben je eigenlijk niet te kopiëren.

Waar sta je voor? Durf je dat te zeggen? Durf jij te zijn wie je bent, ook als het tegen je kan worden gebruikt?
Kan dat wel? kan iemand zich dat wel altijd permitteren? Kan je gerust tonen wat je zwaktes zijn, zonder dat je daar op afgerekend wordt?
Tijden veranderen, maar zou dat ook veranderen?

Waar sta jij voor?



Grip

maandag, 3 september 2007

GripGrip. Allemaal zijn we ernaar op zoek. Als we er niet bewust naar op zoek zijn, dan denken we het te hebben. Dan gaan we gewoon door op het ingeslagen pad en zijn meestal minder onderzoekend.
Zodra we grip denken te verliezen, gaan we op onderzoek uit, of pakken we gewoon iets vast waar we wél grip op hebben. Van daaruit proberen we dan onze grip te vergroten en te verbreden.
Bert Kommerij blogde erover, tijdens zijn werkzaamheden aan Flick Radio. Dit inspireerde mij. (Dank je Bert en Marco!)

Heb je het ooit écht grip op iets? Die grip zal zich telkens beperken tot het nu. De toekomst is onzeker. Al kun je wel bepaalde dingen doen die je toekomst zoveel mogelijk veilig stellen.
Of is het voldoende om slechts in de illusie te leven dat je grip hebt?
Geeft de zelfverzekerdheid die je daaraan ontleent zoveel kracht, dat je vanzelf grip krijgt? Leidt (schijn)grip tot succes?

De ABN AMRO publiceerde onlangs een nieuwe versie van hun visie over de stand van zaken in de media :
Media in beeld, vier scenario’s voor 2015

Waar de ontwikkelingen in de mediasector heen gaan, weet niemand zeker. Ook ABN AMRO kan de toekomst niet voorspellen. Niettemin is de uitdaging opgepakt om een beeld te schetsen over waar de huidige ontwikkelingen toe kunnen leiden. Daarvoor zijn interviews afgenomen met een aantal spelers uit de mediasector. Op basis van de visie van deze spelers en de inzichten van ABN AMRO wordt in dit rapport een beeld van de mediasector in 2015 geschetst. Hierbij schetsen we vier mogelijke scenario’s.

Eigenlijk staat hier: Wij weten dat u grip wilt, wij willen dat ook.
Omdat wij weten dat u van ons verwacht dat wij het wél hebben zullen wij u niet teleurstellen.
Omdat we lef willen tonen, noemen we het rapport ‘tot 2015′ en omdat we ook wel weten dat we er naast kunnen zitten gaan we uit van 4 scenario’s.

En wat ik denk van de 4 scenario’s? Ze zijn zo gesteld dat een combinatie heel goed mogelijk is. Ze zullen alle 4 uitkomen!



Brainstorm: Andrew Keen en David Weinberger

zaterdag, 4 augustus 2007

keen-vs-weinberger.jpg We verdrinken in informatie tegenwoordig. En al die informatie genereert alleen nog maar meer informatie. Wat moeten we met al die keus? Kunnen we wel kiezen? Maken we de goede keuzes? Kunnen we met een gerust hart bepaalde informatie buitensluiten? Dat is best lastig en persoonlijk raak ik er ook wel eens flink gestrest van.

Maar voordat we keuzes maken moeten we de informatie of dat wat we zoeken kunnen vinden. Het moet dus goed gecategoriseerd zijn. Op het internet gebeurt dat o.a. d.m.v. het toekennen van metadata aan de data. Dus dat wat je zoekt kunnen vinden door het toekennen van steekwoorden en korte omschrijvingen; taggen.

Het web maakt dat we anders moeten gaan denken. Daar kunnen dingen die we in de niet virtuele wereld niet kennen: hetzelfde ding kan op meerdere plaatsen tegelijk aanwezig zijn. Dit zijn we helemaal niet gewend. We zijn gewend om alles op te delen en onder te verdelen in vaste categorieën en plaatsen. Omdat het om fysiek aanwezige dingen ging. Of over gedachtengoed geplaatst in een fysieke omgeving of fysiek product. Een boek, een film etc.

Tijdens het indelen en organiseren wordt er meteen benoemd wat wel en niet belangrijk is. En hier wordt het in de niet virtuele wereld meteen politiek zou je kunnen zeggen. Er is beslist door een ander. Een organisatie, een bedrijf, de overheid.
Doordat we experts nodig hadden om alles onder te verdelen in deze fysieke wereld, kregen zij macht. Nu zijn het niet meer alleen deze mensen die de boel organiseren: de massa heeft zijn invloed.

Everything is Miscellaneous

Hier heeft David Weinberger (co-auteur van ‘The Cluetrain Manifesto‘) het over in zijn nieuwe boek “Everything is Miscellaneous: The Power of the New Digital Disorder”.
Een belangrijk thema in zijn boek is metadata. Hij denkt dat het er vooral om gaat hoe we deze enorme stapel aan dingen die het internet biedt categoriseren. Zodat we daadwerkelijk kunnen vinden wat we zoeken en het kunnen organiseren zoals we dat graag zien.
Cory Doctorow van Boing Boing interviewt hij hierover in zijn serie podcasts
Toch gelooft David Weinberger in de digitale revolutie en in de toegevoegde waarde van de massa.

Andrew Keen, de schrijver van: The cult of the Amateur: How today’s internet is killing our culture, gelooft hier niet in. Keen is bang dat we door deze digitale revolutie nou juist weer terug vallen in de waarden van de middeleeuwen.
Keen gelooft dat de toegang die er gekomen was voor de massa tot informatie, educatie en cultuur, eerder afneemt.
Daarom worden de heren graag samen geïnterviewd, zodat ze elkaar lekker in de haren kunnen zitten.


Lees de rest »



Brainstorm: eigen belang

woensdag, 20 juni 2007

Belang

Eigen belang, iedereen handelt vanuit eigen belang. Dat is een gegeven.
Dus je geliefde, je vrienden, je collega’s, je familie, je buren, de mensen op straat. Iedereen. Overal over de hele wereld.
Als je niet communiceert met een ander en handelt vanuit eigen belang is ruzie of oorlog een situatie waar je snel in raakt.
Wat vaak niet ingezien wordt is dat anderen vaak hetzelfde belang hebben als jij.
Dan kan je of er samen voor vechten, of je moet het, eenmaal verkregen, delen.

Afhankelijk van de deelbaarheid ervan kan dat weer nieuwe problemen geven maar het kan ook veel nieuwe mogelijkheden geven.
Als jij je niet op de hoogte stelt van het belang van de ander dan krijg je snel ruzie en worden er snel mensen benadeeld. Daarom zijn er regels vastgesteld, door leiders.
Maar denken die leiders aan ieder’s belang? Nee, zij denken ook weer aan hun eigen belang.
Dit kan je ruim zien omdat opkomen voor zijn kiezers ook eigenbelang is.
Die regels werkten goed toen mensen moeilijker voor zichzelf op konden komen. Ze vertrouwden makkelijker op een leider omdat ze het geheel niet goed konden overzien.
Omdat ze niet goed geïnformeerd waren, geen goed overzicht hadden, geen macht hadden, niet mobiel waren.

Precies deze punten maken dat mensen tegenwoordig veel kritischer kunnen zijn t.o.v hun leiders.
De macht en de informatie die internet geeft is van groot belang. Als eigen distributiekanaal en als ‘raam’ op de wereld. De ‘grote wereld’ van politiek en wereldnieuws. De ‘kleine wereld’ van persoonlijke belevingen en meningen. Van specifieke interesses, van elkaar ontmoeten en delen.

Overeenkomsten zoeken
Door op overeenkomsten te zoeken behoor je ineens tot de groep van de ander. Als je groepen mensen strak definiëert krijg je snel last. Hollanders, allochtonen, ouderen, neuroten, muzikanten, slapelozen.
Je zou ineens definitief tot de groep van de ander behoren omdat je een overeenkomst hebt en dat slaat nergens op.
Als je makkelijker van groep naar groep kunt gaan (ingedeeld wordt) dan is het makkelijker je overeenkomsten toe te geven.
Als iets de mening is van een groep Islamieten en jij deelt die mening, dan zou je ineens een islamiet zijn of homo? Terwijl als je andere groepen ‘mobiel’ definiëert, dan is het makkelijker om de mening van de ander te delen en toch bij jezelf te blijven en de achtergrond die je hebt. Deze achtergrond hoeft je groep ook niet strak te bepalen.
Minder strak definiëren wil dus zeggen het zien als rekbaar begrip, als een groep die vaak bestaat uit mensen met gelijke eigenschappen en of rollen.
Geen vast gegeven. Gewoon één van de tags. Niemand heeft allemaal dezelfde tags en zeker niet op hetzelfde moment.

Lees de rest »