Occupy Amsterdam in beeld III
maandag, 21 november 2011
Ik was weer bij Occupy Amsterdam op het Beursplein. Nu eens in de avond.

De serie kun je hier vinden.
Zie ook: Occupy in beeld II en Occupy in beeld I

maandag, 21 november 2011
Ik was weer bij Occupy Amsterdam op het Beursplein. Nu eens in de avond.

De serie kun je hier vinden.
Zie ook: Occupy in beeld II en Occupy in beeld I
vrijdag, 18 november 2011
Een goede vriendin mailde mij dit stuk toe, van organisatiepsycholoog Guido van der Wiel. Een verhaaltje over spelen met zijn kinderen dat leidt tot overdenkingen over hoe we eigenlijk met elkaar omgaan in deze samenleving. Waarom kunnen we elkaar niet helpen te slagen in plaats van elkaar voortdurend in de weg te staan?
Is het werkelijk zo dat het nog steeds een óf ik heb succes óf jij hebt het situatie is? Ik kan me voorstellen dat dit ooit is ontstaan in tijden van schaarste en gelijke behoeften, maar daar zou tegenwoordig toch wel iets anders op te verzinnen moeten zijn. We leven niet meer in een cowboywereld. Althans, dat is echt niet meer nodig. Volgens mij zou je best een eind kunnen komen als we ons richten op wezenlijke behoeften en mogelijkheden. Waarom eigenlijk niet?
Dat kinderen een grote leermeester kunnen zijn, bewees mijn zoon van 4 jaar. Hij toonde mij de kracht van vertrouwen, openheid, transparantie, gunnen en delen: alle voorwaarden voor organisatie 3.0 en open innovatie-denken.
Een familieanekdote van een zondagmiddag een paar weken terug. We speelden met ons gezin een nieuw soort kwartetspel. Aan het eind van ieders beurt was het de bedoeling om die kaart op de stapel te gooien, waar het volgende familielid dat aan de beurt was voor zeker niets mee aan kon. De eerste keer dat we het speelden, speelden we het spelletje met de kaarten open op tafel. Mijn vrouw en ik gniffelden al zodra we met de klok mee de volgende persoon in ons gezin een hak konden zetten. Mijn dochter van 6 gniffelde mee. Ook zij zag hoe het werkte en verstond binnen de kortste keren de kunst om de ander de loef af te steken.
Toen was mijn zoon van vier aan de beurt. Hij keek nauwgezet welke kaart een ieder van ons miste om tot een kwartet te komen en keek of hij die kaart voor zich had liggen. Zonder schroom, zonder bezitsdrang, zonder competitiedrift deelde hij de kaarten uit. ‘Kijk papa, die heb jij toch nodig?’ ‘Alsjeblieft, mama, voor jou!’ ‘Wil jij deze twee, Sterre?’ Ik greep in. Het was overduidelijk dat hij het spel niet begreep, ik zou het hem uitleggen. En… het lukte me niet. Het lukte me niet om hem uit te leggen dat het de bedoeling was om de ander tegen te werken. Ik kon hem met geen fatsoen leren een ander een hak te zetten. Ik weigerde de onschuld uit zijn ogen te wassen.
Ineens zag ik dat niet ik aan hem iets bij aan het brengen was over spelen, over leren, over leven, maar dat hij mij een wijze les voorschotelde. Over samenwerken, over delen, over de nieuwe wereld, open innovatie. Laat maar in je kaarten kijken, papa, spraken zijn ogen. Wie weet kan ik je helpen. Als ik weet wat jou bezig houdt, lieve zus, kan ik jou tot grotere hoogte stuwen. Mama, ik zal je aanvullen op die gebieden die jij belangrijk vindt.
Ineens zag ik hoe wij onszelf van generatie op generatie aan het programmeren zijn geweest. Van ganzenbord tot Angry Birds. Via traditionele en moderne spelen indoctrineren we onszelf een levenlang met tactieken hoe we zo gewiekst mogelijk door het leven kunnen gaan en hoe we zo als eerste, beste, hoogste kunnen eindigen. Of het nu gaat om Monopoly, om Risk, om Stratego, om Wordfeud, om Pesten, om Hartenjagen, om Schaken, om Dammen. We worden geprogrammeerd om – via het spel – zelf te winnen, zelf te vergaren, zelf te vermeerderen ten koste van anderen, zelf winsten te boeken, anderen te pesten, of – nog erger – anderen eerst te gebruiken om ze daarna alsnog op het laatst uit te schakelen en links te laten liggen. Om The Eagles te citeren: We are programmed to receive.
Ik probeerde mijn gedachtes te sussen. Nou, Guido: Het Is Maar Een Spelletje… Maar de gedachte bleef knagen. Niets is serieuzer dan het spel. In het spel leven we de waarden voor die we belangrijk gaan vinden. We oefenen met gedrag dat nog net geen directe consequenties heeft voor het echte leven, om het daarna – eenmaal echt – in de boze buitenwereld succesvol (sic) toe te kunnen passen. We leren onszelf in feite wat ons concept van succes behelst. Was dat: het vergaren van geld en het vergroten van de eigen winst?
Hoe anders kan het zijn. Zal het zijn. Waarom zouden we onszelf – en onze kinderen – überhaupt leren om ervan te genieten de ander een hak te zetten? Waarom heeft mijn zoon eigenlijk niet gelijk? Is het niet veel gaver om te leren delen, om puzzelstukjes bij elkaar te brengen, om niet uit te gaan van één winnaar, maar uit te gaan van geen verliezers? Gaat daar de nieuwe vorm van organiseren, de nieuwe vorm van leren, van samenwerken niet over? Over delen, over vertrouwen? Teamwork is: niet jezelf voorop zetten, maar de ander helpen: die ander bepaalt mede jouw succes. De beste managementgames, de meest geslaagde organisatietrajecten zijn die waarbij delen tot vermenigvuldigen leidt. Open innovatie en HR-trajecten vol bedrijfsbezoeken bij collegabedrijven: transparantie ten top.
Zo leerde mijn zoon mij opnieuw hoe waardevol het is om juist in je kaarten te laten kijken en hoe duurzaam het is om geen kaarten achter te houden. Ik had me vastgeklampt aan de knikkers en het spel, maar mijn zoon veranderde ter plekke de regels van het spel zelf. Ik moet het toegeven. Mijn zoon heeft gewonnen.
Guido van de Wiel is organisatiepsycholoog
zondag, 13 november 2011
Deze keer wederom het leven op het Beursplein en een ‘General Assembly’ op de Dam.
De hele serie kan je hier vinden.
vrijdag, 11 november 2011
Het Museumplein en natuurlijk het Beursplein. De demonstratie. In het Shellgebouw in Amsterdam-Noord was ik nog niet.
Bewonderenswaardig vind ik het wel, als mensen écht ergens vredelievend voor gaan staan en een tijd gaan zitten afzien in een tentje. Niet voor iedereen was het afzien misschien, maar de oudere dame die ik sprak, woonde in Limburg. Ze was dagen en nachtenlang op het plein te vinden. De jongens op het Museumplein mochten er niet overnachten, maar bleven wel. Veel slaapgebrek.
Het is jammer dat er veel types op af komen die er eigenlijk niet horen, zodat het gevaarlijker en onrustiger wordt.
Hier vast een voorproefje, als je meer wilt zien klik je erop en kom je op de serie terecht.
Omdat het mooi is te zien hoe de beelden op elkaar kunnen werken, ben ik van plan om een fotoboek te maken van deze serie.
Omdat het helemaal leuk is om onze Occupy-foto’s samen te zien, zal het boek ook Guido’s foto’s bevatten.