We hadden laatst bij de Inspiration Company, waar ik als creatief trainer werk, een dag voor de trainers.
We wisten allemaal niet wat ons te wachten zou staan die dag. Dit was extra lastig toen de dag begon met je salaris voor die dag pakken. Uit een kist gevuld met honderden euro’s moesten we ons loon voor die dag nemen.
Met de opdracht:Neem waar jij vind dat jij recht op hebt. Dat bleek reuze lastig. Je deed het met je collega’s om je heen, dus iedereen zag wat je nam. Je moest je verantwoorden tegenover iedereen. Je wilde jezelf niet te kort doen en je wilde toch ook wel graag een gerespecteerd lid van het team blijven.
Wat het ook lastig maakte was dat je geen idee had wat er die dag zou gaan gebeuren. Ging je deze dag alleen maar ontvangen of moest je ook veel geven? Kreeg je deze dag een soort extra opleiding, dus te zien als een investering in jou? Dan kon je daar toch geen geld voor vragen? Of moest er ook gewerkt worden? Maar ja, ze bieden het toch zelf aan? Als je deze dag alleen maar verwend zou worden met eten en gezelligheid, dan kon je daar toch, naar eer en geweten geen honorarium voor vragen? Maar ze laten je wel nemen wat jij vindt dat je verdient… Je zelfrespect en gevoel voor eigenwaarde spelen mee. En je had ook niet veel tijd om er over na te denken.
Iedereen vond het lastig en het was opvallend dat mensen onder deze omstandigheden het moeilijk vonden om veel te nemen. De collega die het in de eerste instantie wel deed, deed het met de woorden: “Maar eigenlijk verdien ik het niet”.
Waarop hij meteen te horen kreeg dat als hij vond dat hij het eigenlijk niet verdiende, hij het geld terug moest leggen…
Heel leerzaam vond ik het, confronterend als je merkt hoe je neiging is. Hoe je omgaat met woede, incasseren en verdediging. Vooral met mensen die je aardig vind. En die je collega’s zijn en blijven.
Ik denk dat het helemaal niet slecht zou zijn als veel meer collega’s in bedrijven eens een robbertje gaan vechten. Onder begeleiding natuurlijk, van iemand die meteen ook je neigingen kan opmerken en plaatsen. Heel verhelderend. Zowel om iedereen eens beter te leren kennen als de relaties als om de groepsdynamiek te kunnen bekijken.
Volgens mij ook heel verhelderend bij reorganisaties en stagnaties.
Vecht het eens ouderwets uit. Ik wist niet dat dat zo verhelderend was!
Heel jammer ja, maar je kon er op wachten: de ‘cell phone jammer’ oftewel de mobiele telefoon stoorzender, een gadget dat nabijgelegen mobiele apparaten machteloos maakt.
Ik las erover in The New York Times
Het apparaat is absoluut illegaal, de techniek zeker niet nieuw, maar steeds meer in trek in de VS. De federale regelgevers hebben er een nieuwe zorg bij.
De kopers zijn vooral eigenaars van cafetaria, haarsalons en hotels, openbare sprekers, theaterexploitanten, buschauffeurs en, meer en meer, forenzen in het openbaar vervoer.
“If anything characterizes the 21st century, it’s our inability to restrain ourselves for the benefit of other people. The cellphone talker thinks his rights go above that of people around him, and the jammer thinks his are the more important rights.â€
James Katz, director of the Center for Mobile Communication Studies at Rutgers University.
De stoorzenders zenden een zo krachtig signaal uit, dat de mobieltjes er geheel door overweldigd raken en niet meer kunnen communiceren met de zendmasten. Het bereikbare gebied varieert van een halve meter tot meerdere meters en de prijs van een dergelijk apparaat ligt tussen de 50 en een paar honderd dollar.
Volgens de ‘cellphone jammers’ beschreven in The New York Times voelen ze zich wel degelijk schuldig soms, maar het voelt voor hen wel prettig deze macht. En natuurlijk is het ook een goede bron van leedvermaak.
Ik kan me in beide partijen verplaatsen, absoluut. Maar ik vind het wel erg heavy eigenlijk als je je bedenkt dat mensen op deze manier een soort technisch oorlogje kunnen beginnen. Want een ander te beperken in zijn mogelijkheden tot communicatie doet mij toch sterk denken aan oorlog en een gevecht over de macht op een moment dat de partijen niet meer normaal met elkaar kunnen communiceren.
Ook eng te bedenken welke mogelijkheden het biedt aan criminelen..
Er wordt wel flink beboet trouwens: De ‘Federal Communications Commission’ geeft boetes tot $11.000 aan mensen die deze stoorzenders gebruiken. Hun handhavingsdienst heeft een handjevol Amerikaanse bedrijven voor het verdelen van de gadgets vervolgd – en achtervolgt ook hun gebruikers.
Heeft iemand het gebruik hiervan in Nederland al eens opgemerkt??
Laatst had ik het over de crisis binnen het Netwerk Mediavrouwen.
Op de plenaire vergadering hierover kwamen maar een paar leden meepraten over wat ons nu te doen staat. Van de ca. 220 leden dat het Netwerk telt kwamen er ongeveer 20…
Wat is de behoefte van de leden? Is er wel behoefte aan een netwerk? Of is er gewoon geen behoefte aan een specifiek vrouwennetwerk? Of komt het omdat de stijl en de aanpak te weinig web 2.0 is?
Op dit moment worden er verschillende netwerken opgericht voor mensen werkzaam in de media. ‘I Make Media’ is een community in wording, Masterfiles is net opgezet door Broadcastpress en Immovator heeft inmiddels ook haar Immovator Netwerk.
Masterfiles is op haar beurt weer participant geworden van het Immovator Netwerk. Zo lijken ze het wel groots aan te pakken.
Web 2.0 toepassingen zie ik in al deze netwerken nog helemaal niet.
Vooralsnog lijkt het bijna alsof ze er vooral zijn voor zichzelf en de sponsorende bedrijven: om zichzelf te presenteren en te kunnen vertellen wat ze zelf doen. Ik zie vooral nieuws en aankondigingen van events. Kijk ik niet goed?
Geen web 2.0 mogelijkheden. Ongelooflijk.
I Make Media (nog niet officieel gelanceerd) is dat wel van plan. We zullen zien. Ik ben zeer benieuwd.
Waarom zou je eigenlijk?
Verlies je je veiligheid als je creatief gaat denken en oude patronen ter discussie stelt?
Verlies je je zekerheid?
Kan je vernieuwen / innovatief zijn terwijl je toch binnen het kader blijft van wat je kent en je vertrouwd is?
Ja, als je maar de grenzen goed bekijkt waar het je eigenlijk om gaat.
Een anekdote
Een vrouw vroeg zich eens af waarom haar moeder eigenlijk altijd een stukje van het vlees afsneed, voordat ze het in de pan deed. In haar ogen sneed ze er een prima stuk vlees af. Ze besloot het haar moeder te vragen.
Haar moeder had een simpele verklaring:mijn moeder deed het ook altijd zo.
De vrouw besloot haar oma er ook eens naar te vragen.
Haar oma gaf een zelfde antwoord op de vraag:ik heb het zo van mijn moeder overgenomen.
Nou had de vrouw het geluk dat de moeder van haar oma ook nog in leven was. Ze besloot haar overgrootmoeder dezelfde vraag voor te leggen.
Ze antwoord:’Ik had vroeger een geweldige pan om het vlees in te braden, maar hij was jammer genoeg net iets te klein. Dus sneed ik dan maar een stukje van het vlees af..
De overgrootmoeder was creatief en zocht zelf naar oplossingen. De moeder en oma kopieerden haar. Uit loyaliteit, uit respect en omdat ze gewoon klakkeloos vertrouwden op het feit dat het zo moest. Ze wisten de reden niet. En vroegen daar ook niet naar.
Als ze de reden hadden gevraagd, hadden ze gemerkt dat ze niets schaden of ontkrachten als ze het anders zouden doen.
Creatief zijn is ook zelf durven denken en vertrouwen op je eigen oplossingsvermogen.